Sociale media: de digitale afgrond

Niet zo lang geleden bracht Andrew Keen, een van de meest bekende mediacritici uit het hedendaagse media langschap, een nieuw boek uit, genaamd De digitale afgrond. Volgens het artikel ‘Consument wordt zelf Big Brother‘ bespreekt de Britse mediacriticus in dit boek de trend in sociale media waarbij gebruiker elke dag hun vrijheid en privacy op het spel zetten door zichzelf te delen op sociale media. Verder bespreekt hij het beleid van Facebook, Twitter en Google en hoe de consument zichzelf en een ander in de gaten gaat houden. Deze claim die in het boek door Keen wordt geponeerd, komt al langere tijd voor in de media en blijft ongemeend actueel. Zeer recentelijk besloot Facebook bijvoorbeeld volgens dit online artikel op de site van het Parool de instellingen en voorwaarden van de software van hun dochterbedrijf Instagram te veranderen, zodat zij ongevraagd foto’s van gebruikers mogen doorverkopen aan derde partijen. In mijn metareport zal ik de claim van Andrew Keen dat sociale media kan worden gezien als de digitale afgrond versterken en in context plaatsen met de concepten society of control van Gilles Deleuze, het Panopticon van Michel Foucault en new surveillance/self-surveillance van Gary Marx.

Hierboven zien we het Panopticon, een gebouw ontworpen door Jeremy Benthem om efficiënt gevangenen in te waarborgen. Michel Foucault legt het in zijn boek Discipline et punir deze manier uit:

The Panopticon is a machine for dissociating the see/being seen dyad: in the peripheric ring, one is totally seen, without ever seeing: in the central tower, one sees everything without ever being seen.1.

Michel Foucault nam het ontwerp van deze constructie over en paste dit metaforisch toe op onze huidige maatschappij. Foucault wilde hiermee aantonen dat alle instituten in ons leven ons gedrag beïnvloeden om de mens weet dat hij bekeken wordt. Hetzelfde geldt voor sociale media. Omdat we nooit weten wie en wanneer iemand ons aan het bekijken is, gedragen we ons altijd goed. Dit noemt Foucault de disciplinary societies. Om dit concept te contexualiseren: stel je voor dat Facebook het panopticon is. De gebruikers die Facebook utiliseren zijn in dit scenario de gevangene, terwijl de admins van Facebook (en wellicht ook betalende derde partijen) de bewakers. Doordat de bewakers altijd naar de gebruiker kúnnen kijken, heeft de gebruiker altijd het gevoel dat er iemand over zijn schouder meekijkt. Op deze manier gaat de gevangene door een proces van zelfdiscipline en normalisatie heen. Na verloop van tijd beginnen de gevangenen zichzelf te controleren en toezicht te houden. Dit noemt Foucault de internalization of control en beschijft precies wat Andrew Keen claimt: de hedendaagse online consument houd zichzelf en anderen in de gaten door middel van self-surveillance.

De vrijheid- en privacykwestie is een gegeven wat al jarenlang speelt in de wereld van sociale media. In hoeverre delen we onszelf op deze platformen en waar wordt dit allemaal voor gebruikt? Gary Marx behandelt in zijn artikel What’s New About the “New Surveillance”? Classifying for Change and Continuity naast het concept self-surveillance vooral de term new surveillance. Hiermee doelt Marx op het feit dat er de laatste decennia een verschuiving heeft plaatsgevonden van traditionele surveillance naar nieuwe surveillance. Dit type surveillance probeert persoonlijke informatie te creëren of los te weken door middel van technologische systemen. Het hoeft zich niet op één specifiek persoon te richten, want bij nieuwe surveillance draait het meer om de context, de netwerken en categorieën om de connectie te vinden tussen data die je normaal nooit zou vinden. Gary Marx zei hierover in zijn artikel het volgende:

It revolves around the notion of mapping the patterns of information instead of classifying it.2

Eigenlijk is dit precies wat online sociale mediaplatformen doen. Logischerwijs zal het voor een mediaplatform nooit handig zijn om één specifiek persoon te surveilleren. Om daadwerkelijk macht te kunnen uitoefenen over de ‘gevangenen’, kijkt men met new surveillance bijvoorbeeld naar de zoekacties van een bepaalde leeftijdsgroep, de interesses van mannen boven de 50 enzovoort. De sociale mediaplatformen lijken hiermee de overstap te hebben gemaakt van Foucaults disciplinary societies naar Deleuzes societies of control.

In zijn artikel Postscript on the Societies of Control schrijft Gilles Deleuze dat er nog allerlei restanten bestaan van de disciplinaire maatschappij, maar dat we ons nu in een ander soort maatschapij bevinden, die hij de controlemaatschappij noemt. Deze maatschappij van controle wordt heel anders gedefinieerd dan de disciplinaire maatschappij. Want, zo stelt Deleuze, zij die zich van onze belangen meester willen maken, hoeven we niet meer gebruik te maken van technieken gebaseerd op uitsluiting . En waar de disciplinary societies als het ware een nummer geven aan elk individueel om zijn/haar positie in de massa vast te stellen, vervaagt de scheiding tussen individualisme en massa juist in de society of control. Om de term van Deleuze te contextualiseren, geeft de Franse filosoof zich het voorbeeld van de autosnelweg: door de aanleg van autosnelwegen worden mensen niet opgesloten, maar in plaats daarvan worden de controlemethodes verhoogd. Los van het feit of de controle de initiële bedoeling is van de snelweg is, geeft het voorbeeld aan dat de mensen onbeperkt en vrij kunnen rondrijden en toch op deze wijze gecontroleerd kunnen worden.3

Deze vergelijking kan ook op sociale mediaplatformen worden toegepast. De ‘snelwegen’ van Facebook en Twitter geven ons het gevoel van ongelimiteerde vrijheid en connectiviteit, maar hierdoor kunnen wij als individuen en als groepen (samenleving) door technologische entiteiten gecontroleerd worden. Wij geven ze informatie over onszelf en anderen, terwijl wij hier niets tastbaars voor terugkrijgen. Sociale mediaplatformen maken soms misbruik van onze input en free digital labour. Het wordt tijd dat we dit inzien voordat we al onze vrijheid al zijn verloren.

  1.  Foucault, Michel. “Het Panopticisme.” Discipline, Toezicht en Straf. De geboorte van de gevangenis. Vertaling van Surveiller et punir (1975). Groningen: Historische Uitgeverij, 2007. p. 195-228. []
  2.  Marx, Gary.”What’s New About the “ New Surveillance”? Classifying for Change and Continuity.” Surveillance & Society, 1.1 (2000): 12. []
  3.  Deleuze, Gilles. “Postscript on the Societies of Control.” October, Vol. 59 (Winter 1992): 5. []
Dit artikel is geschreven door op 20/12/2012 en is terug te vinden onder Metareports. Het artikel is getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , .
Blijf op de hoogte van reacties middels RSS 2.0 feed. Je kunt een reactie achter laten, of een trackback vanaf je eigen site maken.

3 Responses to “Sociale media: de digitale afgrond”

  1. Baubeles on 21/12/2012 at 01:20

    een duidelijk stuk met goed gebruik van metaforen. De theorie komt goed naar voren en hapklaar. De manier waarop je de verdienmodellen van sites als Facebook en Twitter in verband brengt met de controle is een manier die niet als eerst bij mij zou opkomen. Desalniettemin klopt het als een bus. Een opmerking die ik wel wil maken is dat je in je laatste zin het concept free digital labour noemt. Hierover had ik nog wel mee willen lezen in verband met jouw artikelen. De 1000-words-limit struck again;)

  2. Gina on 21/12/2012 at 23:11

    Jouw analyse is helder en je breng de drie belangrijke theorie over surveillance heel goed in verband met elkaar, aan de hand van je voorbeeld.

    Ik zou het ook interessant vinden om te spreken over de verschil tussen de user-generated content en user-generated data.
    Het probleem is dat ook al we bewust van worden dat we informatie geven en niets terug krijgen en daarmee zouden willen stoppen zodat we onze vrijheid terug krijgen, is dit maar de helft van de medaille. Alle onze paden, zoekopdrachten, etc laten sporen achter en vullen een grotere database steeds aan, zonder enkel pausen en zonder dat we bewust van zijn/worden. Dit is ook terug te vinden in de concept over onze digitale identiteiten, die hun eigen leven krijgen zonder dat we enkel bewust van zijn en zonder dat we de mogelijkheid hebben om daarmee te stoppen. “Database of intentions” vindt ik altijd een interessante concept om naar te denken in verband met de user-generated data. Dit is trouwens ook te vergelijken aan wat we in de hoorcollege hadden, met born-digital user-generated content en de verschil tussen digitized en natively digital. Dus al die ‘big data’.

    Sorry dat ik ook een opmerking moet maken over het concept free digital labour in jouw conclusie. Het is niet per se dat het niet past binnen deze analyse, maar het is niet goed om een concept die je niet eerder geïntroduceerd hebt, in je conclusie te gebruiken.

Trackbacks

Leave a Reply

Recente reacties

Recente nieuwsberichten

Tags