Je profiel, zakelijk en privé

Het is inmiddels geen nieuws meer dat sociale media een steeds belangrijkere plek in ons leven innemen. Zowel de positieve als de negatieve effecten zijn, ten dele, bij het grote publiek bekend, en worden vaak in de traditionele media besproken en bediscusieerd. Hét ‘hot issue’ binnen deze discussies, is privacy: enerzijds kunnen we er niet omheen dat het gebruik van netwerksites als Facebook en Twitter een grote aanslag op onze privacy vormen (al is dit niet voor iedereen een groot probleem, sommigen liggen er totaal niet wakker van), anderzijds kúnnen de netwerksites ook niet functioneren, niet ‘sociaal’ zijn, als we niet een deel van die privacy bewust zouden opgeven.

Een wel heel duidelijk voorbeeld van dit dilemma, is het screenen van Facebook en Twitter profielen van sollicitanten door werkgevers (n.b.: geen netwerksites die specifiek dit ‘zakelijke’ doel dienen, zoals bijvoorbeeld Linkedin dat wél doet). Dit gebeurt tegenwoordig op grote schaal, en wordt ook in de kranten besproken. Aan de ene kant kan je online profiel een ‘visitekaartje voor de echte wereld’ zijn, maar aan de andere kant kan het volgen van sollicitanten op Twitter door werkgevenden ook zeer nadelige consequenties hebben voor potentiële werknemers. ‘Gebruik maken van de sociale media is verplicht voor wie zichzelf wil profileren’, wordt er geclaimd, maar hoe ‘sociaal’ is dit eigenlijk nog te noemen?

1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Één van de, of misschien wel hét belangrijkste verschil tussen het (huidige, ‘2.0’) internet als medium, en de oudere media, is dat het many-to-many communicatie mogelijk maakt: op het internet kan iedereen, simultaan, en op verschillende manieren, communiceren met een groter publiek dan ooit. Namelijk: iedereen. De scheiding tussen wat pubiek is, en wat privé, is steeds moeilijker aan te wijzen. Bovendien is het vaak onduidelijk wie nou eigenlijk dat ‘publiek’ is.

danah boyd bespreekt in haar stuk ‘Why Youth Social Network Sites: The Role of Networked Publics in Teenage Social Life’ verschillende vormen van ‘publieken’. Een door fysieke grenzen afgebakend publiek noemt ze ‘unmediated’. In deze gevallen hoor of zie je alleen wat er gebeurt, als je er zelf ook echt ‘bij’ bent (en kan de boodschap eventueel later doorgegeven worden). Traditionele media als de krant, televisie en radio, heffen deze grenzen op, en maken een gebeurtenis (of simpeler: informatie) breder beschikbaar. Op deze manier wordt een ‘mediated public’ gecreëerd.2

Onzichtbaar publiek

boyd noemt drie kenmerken van dit ‘mediated’ publiek: ten eerste blijven boodschappen langer bestaan (persistence). Boodschappen, of het nou een nieuwsbericht in een krant of op televisie betreft, worden immers opgenomen, en vaak ook opgeslagen. Zo ‘bestaan’ ze niet alleen op het moment dat het feit zich voordoet, maar ook nog lang daarna, en vaak zelfs eindeloos. In het geval van sociale media is dit natuurlijk helemaal het geval: tweets en berichten op Facebook worden op een bepaald moment gepubliceerd, maar blijven daarna nog ontzettend lang bewaard. De boodschap krijgt zo een langere levensduur dan ooit tevoren.3

Ten tweede kan de boodschap, precies zoals hij is afgegeven, herhaald worden (replicability). Waar binnen ‘unmediated publics’ een voorval eventueel aleen naverteld kan worden, zijn boodschappen in ‘mediated publics’ exact te kopiëren. Een nieuwsitem kan op televisie bijvoorbeeld herhaald worden. Ook op Twitter en Facebook is dit een belangrijk kenmerk: het retweeten op Twitter en sharen op Facebook zijn veelgebruikte functies, die precies gebruik maken van deze replicability.4

Ten derde weet je bij ‘mediated publics’ niet meer precies wie nou het publiek is (invisible audiences): bij ‘unmediated publics’ is het publiek simpelweg iedereen die aanwezig is op het moment van het afgeven van de boodschap. De boodschap is daardoor ook goed aan te passen aan dat specifieke publiek: de hoeveelheid mensen, het type mensen, etc. Met mediated publieken is dit niet langer aan de orde: het is vaak onmogelijk om te achterhalen hoeveel mensen een boodschap (via de tv, radio, of sociale media) hebben gezien of gehoord, laat staan welke mensen dat precies waren, en wat hun reactie was.5

Het internet (en sociale media) bezit deze drie kenmerken ook, maar voegt er een vierde kenmerk aan toe: searchability. Boodschappen op sociale media blijven over het algemeen online staan tot ze er bewust vanaf gehaald worden (vaak kan dit niet eens door de gebruiker die de boodschap in eerste instantie geplaatst heeft), kunnen door andere gekopieerd, en zo opnieuw gedeeld worden, en hebben niet een duidelijk en tastbaar publiek. Echter: de eindeloze databases die achter deze sociale media schuil gaan kunnen ook nog eens doorzocht worden. Dit maakt dat de gegevens op elk tijdstip van de dag en door ieder willekeurig persoon opgevraagd kunnen worden. Dit vierde kenmerk versterkt en problematiseert op deze manier in feite de drie al eerder genoemde eigenschappen! Boodschappen blijven langer bestaan, maar zijn nu ook makkelijk terug te vinden in de ‘database’ die het internet eigenlijk is, en zijn op die manier toegankelijk voor een nog groter en nog steeds anoniem publiek.6

7

 

 

 

 

 

 

 

Solliciteren

De problematisering komt erg duidelijk naar voren als we kijken naar het screenen van online profielen van sollicitanten door werkgevers. ‘Persistence’ en ‘searchability’ hebben tot gevolg dat alle oude (en recente) online communicatie, gepubliceerde foto’s, en daarnaast nog een hoop andere persoonlijke en misschien wel gevoelige informatie, voor werkgevers makkelijk na te kijken is. Het gaat hierbij zowel om informatie die de sollicitant zelf bewust heeft toegevoegd aan zijn profiel8 , als informatie waar hij zelf geeneens controle over heeft9 . Dit is natuurlijk niet altijd in het voordeel van de sollicitant.1011

In dit artikel in de Spits schrijft Tjerk de Vries in deze context dat ‘voorzichtigheid is geboden met berichten die op Facebook geplaatst worden’, en in dit artikel in Het Financieele Dagblad schrijft Christine Lucassen dat ‘Twitter haast verplicht is voor wie zichzelf wil profileren’. De kenmerken die enerzijds juist worden genoemd als essentieel voor sociale netwerken, zijn dezelfde kenmerken die ervoor zorgen dat die netwerken feitelijk steeds minder sociaal worden.

De Vries heeft het over bedrijven die ingehuurd kunnen worden om de digitale gangen van sollicitanten na te gaan. Werkzoekenden (en in feite ook mensen die al een baan hebben binnen een bedrijf) doen er volgens dit artikel beter aan goed na te denken voordat ze berichten plaasten. Er wordt dus gesuggereerd dat sommige berichten misschien beter niet gedeeld worden. Lucassen beschrijft hoe mensen steeds beter nadenken hoe ze zichzelf online profileren. Niet alleen bij het aanmaken van de daadwerkelijke profiel-pagina’s, maar ook in de communicatie die via die pagina’s plaatsvindt, houden mensen meer en meer rekening met hun imago.

Het is de vraag hoe sociaal een netwerk is, als haar gebruikers zich erbinnen anders voordoen dan ze werkelijk zijn, en zich constant bewust moeten zijn dat er mensen, nu en in de toekomst, mee kunnen kijken. Tegenwoordig is het blijkbaar normaal om over je Facebook- en Twitter-activiteiten verantwoording te moeten afleggen aan je baas: je profiel is zakelijk en privé tegelijk.

  1. Foto: http://sha3teely.com/?cat=23 []
  2. boyd, danah. ‘Why youth (heart) social network sites: the role of networked publics in teenage social life’. In: David Buckingham (ed.). MacArthur Foundation Series on Digital Learning – Youth, Identity and Digital Media Volume. Cambridge: MIT Press, (2007): 125. []
  3. boyd, danah. ‘Why youth (heart) social network sites: the role of networked publics in teenage social life’. In: David Buckingham (ed.). MacArthur Foundation Series on Digital Learning – Youth, Identity and Digital Media Volume. Cambridge: MIT Press, (2007): 126 []
  4. ibid. []
  5. ibid. []
  6. ibid. []
  7. Foto: http://dimland.blogspot.nl/2011_01_01_archive.html []
  8. Heide, B. van der, L.M Hamel, H.C. Schulman, J.B. Walther. ‘Self-generated versus other-generated statements and impessions in computer-mediated communication: a test of warranting theory using Facebook.’ Communications Research, 36(2), 2009: 229-253. []
  9. Heide, B. van der, L. Langwell, S.T. Tong, J. Walther. ‘Too much of a good thing? The relationship between number of friends and interpersonal impressions on Facebook.’ Journal of Computer-Mediated Communication, 13(1), 2008: 531-549 []
  10. Bloxham, A. ‘Facebook profile ‘could damage job prospects’’. 10-12-2012 <http://www.telegraph.co.uk/technology/facebook/7103900/Facebook-profile-could-damage-job-prospects.html> []
  11. Brandenburg, C. ‘The newest way to screen job applicants: a social networker’s nightmare’. Federal Communication Law Journal, 60(3), 2008: 597-626. []
Dit artikel is geschreven door op 10/12/2012 en is terug te vinden onder Metareports, Uncategorized, WG03. Het artikel is getagged met , , , , , , , .
Blijf op de hoogte van reacties middels RSS 2.0 feed. Je kunt een reactie achter laten, of een trackback vanaf je eigen site maken.

One Response to “Je profiel, zakelijk en privé”

  1. Gina on 21/12/2012 at 23:32

    Ik vind jouw conclusie en jouw theoriekeus interessant. Dat je deze eigenschappen in verband hebt gebracht met solliciteren is ook boeiend. Ik denkt vaak over deze probleem na, aangezien dat ik geen Facebook of andere sociale netwerken gebruik. Ik wou tot een bepaalde mate juist voorkomen dat deze eigenschappen mij zouden blijven volgen(op welke manier dan ook) maar aan de andere kant vraag ik me ook af in hoeverre iemand met een Facebook profiel eerder aangenomen zou zijn dan mij, zonder een profiel, voor elk baan dan ook. Ik weet zekere gevallen van mensen die de voorkeur kregen bij een sollicitatie alleen omdat ze een Twitter account hadden. Dus jou opmerking: “anderzijds kúnnen de netwerksites ook niet functioneren, niet ‘sociaal’ zijn, als we niet een deel van die privacy bewust zouden opgeven” vind ik heel toepasbaar. En het feit dat de publiek en prive door elkar overlappen is iets waarmee we steeds meer te krijgen zullen hebben in de toekomst, aangezien dat we ‘verplicht’ zijn om aan mee doen, terwijl een website als linkedin wel bestaat. Dus de scheiding is mogelijk, we willen aleen geen gebruik van maken. Op korte termijn kan het gunstig zijn, maar op de lange termijn zullen zeker sommigen ongewenste gevolgen zijn.

Leave a Reply

Recente reacties

Recente nieuwsberichten

Tags