Digitale arbeid op Twitter: jouw nieuwe extra zakcentje?

It’s a story about community and collaboration on a scale never seen before. It’s about the cosmic compendium of knowledge Wikipedia and the million-channel people’s network YouTube and the online metropolis MySpace. It’s about the many wrestling power from the few and helping one another for nothing and how that will not only change the world, but also change the way the world changes.1

In 2006 benoemde Time Magazine ‘jou’ als de persoon van het jaar. Vanaf dat moment hebben sociale netwerk platformen immense online gemeenschappen gecreëerd door middel van concepten zoals user-generated content/data en user agency. In de huidige digitale economie lijken bedrijven zoals Facebook en Twitter communicatie te hebben gecommercialiseerd doordat zij jaarlijks miljoenen verdienen mede door de contributies die de gebruikers leveren aan het desbetreffende platform. De gebruiker is de spreekwoordelijke olie die de motor van het bedrijf draaiende houdt; zonder de content en de updates die de gebruikers leveren, zouden deze bedrijven niet bestaan. De input van de gebruiker kan daardoor gezien worden als immaterial en free digital labour. Veel gebruikers vragen zich dan ook af of zij door deze bedrijven worden geëxploiteerd en eigenlijk niet een paar centjes horen te verdienen aan hun bijdrages die zij maken aan deze platformen?

Ernst Jan Phauth, columnist bij de nrc.next, schreef op 26 oktober zijn artikelDe nieuwe Twitter‘, waarbij hij op deze groeiende vraag inspeelt met het bekijken van een nieuw en opkomend sociaal media platform, genaamd Pheed. Pheed is in de praktijk erg vergelijkbaar met Twitter, maar verschilt op één belangrijk vlak: gebruikers kunnen namelijk geld verdienen met de updates en content die zij aan Pheed leveren. Gebruikers kunnen via dit platform een free of een premium account aanmaken. Wanneer gebruikers met een premium account jouw content bekijken, krijg jij hier een bepaald percentage van. Iets wat natuurlijk zeer interessant is voor grote bedrijven, maar ook voor kleinschalige gebruiker.

Maar moeten gebruikers eigenlijk wel gecompenseerd worden voor hun input in de sociale medianetwerken? Vele Neo-marxistische mediatheoretici hebben hier meteen hun woord over klaar.  Zij noemen het verschijnsel van non-fysiek arbeid geleverd in de informationele maatschappij immaterial labour. Maurizio Lazzarato beschrijft het concept op deze manier:

One the one hand, as regards the ‘informational content’ of the commodity, it refers directly to the changes taking place in workers’ labour processes, where the skills involved in direct labour are increasingly skills involving cybernetics and computer control. On the other hand, as regards the activity that produces the ‘cultural content’ of the commodity, immaterial labour involves a series of activities that are not normally recognized as ‘work’ – in other words, the kinds of activities involved in defining and fixing cultural and artistic standards, fashions, tastes, consumer norms, and, more strategically, public opinion.2

Door de geschiedenis heen zijn is de arbeid langzaam verschoven van de ‘fabriek’ naar het digitale rijk. Arbeid in het hedendaagse kapitalisme is vaak onzichtbaar geïntegreerd in het dagelijks leven. Volgens neo-marxisten kan je digitale arbeid daarom ook zien als arbeid zijn wat je in jouw vrije tijd doet. Dit doet denken aan de slagzin: “You’re always working, but never really working”. Velen ons zullen dit ook kunnen beamen: de digitale technologieën dringen steeds dieper door in ons privé-leven. Helemaal in de wereld van sociale netwerksites, waarbij je virtuele ik altijd op de voorgrond staat.3

In de postmoderne culturele economie wordt het vergaren en distribueren van kennis voor bedrijven steeds belangrijker. Het internet zelf is hiervan een goed voorbeeld; dit accentueert namelijk de netwerken die worden opgezet door middel van immaterial labour en versnelt het proces van collectieve intelligentie (denk hierbij aan Wikipedia etc.). Maar hiervoor betaalt de gebruiker een hoge prijs. Gebruikers bouwen relaties op op dit soorten netwerken die in feite autonoom zijn. De data die hieruit vooruitstroomt, wordt verkregen onder de voorwaarden van het mediaplatform. Deze maakt van de data eigenlijk een handelswaar.4

Eigenlijk is het toch niet raar te noemen dat wanneer een persoon een substantiele toevoeging maakt aan een bepaald bedrijf of platform, hier dan ook het liefst een vergoeding voor wilt ontvangen? Immaterial en free digital labour lijkt door de bedrijven in spe te worden weggewuift als onzin, mede door de voorwaarden die gesteld worden aan de deelname op de platformen. Daarnaast lijken sociale medianetwerken het doel te hebben om hun gratis en immateriële ‘werknemers’ blij te houden terwijl ze zelf het doelwit zijn van gerichte reclame waaraan zij zelf geld verdienen.

The need to be paid for work is probably greater than the acceptance that some work will be unpaid.5

Aan de andere kant is het standpunt van de sociale mediaplatformen een begrijpelijke: gebruikers maken bewust de keuze om met hun input deel te nemen aan het netwerk en hiervoor geen beloning te ontvangen. Ikzelf ben van mening dat hier toch een bepaalde discrepantie aanwezig is en hierin verandering in begint te komen met projecten zoals Pheed. Hoe je het ook went of keert, zonder de bijdrages van de gebruikers zouden deze bedrijven helemaal niet bestaan. In feite levert de gebruikers al jaren digital free labour zonder hiervoor beloont te worden en verzorgen wij de data voor de bedrijven. Een kanttekening hierbij is dat de sociale medianetwerken zoals wij die tegenwoordig kennen, nog niet zo lang bestaan. De geschiedenis leert ons dat nieuwe mediaplatformen door de jaren heen meerdere veranderingen doorvoeren, zowel uit zichzelf als onder druk van maatschappelijke druk of overheidsmaatregelen. Hierdoor is het zeker niet ondenkbaar dat dit uiteindelijk wél gerealiseerd gaat worden. Dus wie weet verdien jij in aanzienlijke tijd jouw zakcentje met jouw Twitter en/of Facebook updates.

  1.  Time Magazine, 16 December 2006 []
  2. Lazzarato, Maurizio. Immaterial Labour. A Radical thought in Italy: A potential politics. Minneapolis: UMP, 1996: p. 313-314. []
  3.  van Dijck, Jose. “Users Like You? Theorizing Agency in User- Generated Content.” Media, Culture & Society, vol. 31.1 (2009): p. 50. []
  4.  Andrejevic, Mark. “Exploiting YouTube: Contradictions of user-generated labour”, The YouTube Reader, National Library of Sweden (2009): p. 418 []
  5.  Hesmondhalgh, David. “User-Generated Content, Free Labor and the Culture Industries.” Ephemera, vol. 10.3/4 (2010): p. 280. []
Dit artikel is geschreven door op 09/11/2012 en is terug te vinden onder Metareports, nrc.next, WG01. Blijf op de hoogte van reacties middels RSS 2.0 feed. Je kunt een reactie achter laten, of een trackback vanaf je eigen site maken.

5 Responses to “Digitale arbeid op Twitter: jouw nieuwe extra zakcentje?”

  1. JoepMeertens on 13/11/2012 at 13:41

    Interessant hoe je in dit artikel veel aspecten van het concept digital labour toont. De neo-marxistische kant, de kapitalistische kant, het verleden en de toekomst om Digital Labour beter te plaatsen.

    Pheed biedt hierop natuurlijk wel een interessante oplossing, waar gebruikers ook zeker geïnteresseerd in zullen zijn. Toch vind ik het altijd een beetje scheef hoe er met name door neo-marxisten wordt gesproken over uitbuiting (met betrekking tot digital labour).

    Natuurlijk is het zo dat je kritisch mag kijken naar de rol van de gebruiker en de rol van de website/het bedrijf. Van de andere kant moeten we ook niet vergeten dat de meeste van dit soort websites/bedrijven ook begonnen zijn als idealistische ‘ruimtes’ om juist de gebruikers nieuwe kansen te bieden.

    Daarnaast is het verdienmodel vooral gebaseerd op persoonlijke data. Dat wil zeggen dat niet per se de concrete data van de gebruikers heel nuttig is, maar eerder de metadata die daar uit voortvloeit, omdat die waardevol is voor adverteerders.

    Het is een moeilijk vraagstuk, maar het is fijn dat je in je artikel veel aspecten belicht en ook goede bronnen gebruikt die iets aan de discussie toevoegen.

  2. Baubeles on 13/11/2012 at 17:59

    Voor mij klinkt het enerzijds heel logisch en begrijpelijk, ik zou zelf ook wel betaald willen worden voor dingen die ik toch al zou doen. Anderzijds klinkt het als afgunst. De data die wij met z’n alle produceren is data die wij zelf publiceren, en waar wij kennelijk erg van genieten. Waarom zouden we, wetende dat er zakken mee gevuld worden, willen dat wij er ook vruchten van kunnen plukken? Alles waarmee geld verdient kan worden klinkt voor bijna iedereen goed, de gretigheid van het kapitalisme heeft ook ons bereikt. Toch is het goed om te onthouden dat wij zelf bewust de keus maken om deel uit te maken van de online sociale activiteiten. Bij mij reist de vraag of een dergelijk project als Pheed wel zou werken.
    Ik wilde me ook graag uitlaten over de schijnbare aanname dat men denkt dat Facebook onze data zo voor het oprapen heeft. Ik denk dat dat niet zo is en zie hoe Facebook een zeer wel doordacht model heeft ontwikkeld waar ze nu de vruchten van plukken. Zoals Joep al zei, de data waar het om draait is vooral metadata, deze data is niet hapklaar en men moet weten op welke manier het zijn kracht heeft. Niet elk woord over het verdienmodel van Facebook of Twitter hoeft slecht te zijn, die jongens hebben het slim gespeeld en daarvoor veel respect.

  3. Steephveld on 13/11/2012 at 20:00

    Ik denk dat het heel moeilijk is om op internet een scheiding aan te brengen tussen ‘labour’ en ‘collateral user data’. Dit ligt naar mijn idee vooral aan de protocollen die wij als gebruiker moeten accepteren voor we mee kunnen doen. Als je bijvoorbeeld een facebook account aanmaakt accepteer jij de voorwaarden dat een deel van wat jij aan data levert eigendom wordt van facebook. Aangezien je niet deels kan weigeren neem je het voor lief en betaal je als het ware met data voor het gebruik van de diensten van facebook. Of dit ooit zal veranderen, ik denk het wel. Vooral als er stappen gaan worden gezet op het gebied van copyright, zal er een hoop moeten worden herzien op het internet

  4. Eline on 13/11/2012 at 20:18

    Goed hoe je in deze post veel theorieën gebruikt om je punt duidelijk te maken. Hierdoor wordt het een duidelijk verhaal die ook kan overtuigen. Zelf zou ik echter geen geld hoeven voor de berichten die ik op Facebook (ik gebruik geen Twitter) plaats. Ik ben blij met de diensten die Facebook mij biedt en als ze in ruil daarvoor gegevens die ik vrijwillig op internet plaats door willen verkopen mag dat van mij. Verder geneerd Facebook ook veel inkomsten van advertenties, door gebruikersaantallen in plaats van door gebruikersgegevens door te verkopen.

    Ten slotte nog even een schrijf-tip: Het lijkt mij prettig als je langere Engelstalige quotes uitlegd en duidelijk inleidt. Hierdoor wordt het ook voor lezers die minder goed Engels begrijpen duidelijker wat je met de quotes wilt zeggen. Verder vind ik het een erg prettig stuk!

  5. FransBootsman on 14/11/2012 at 09:22

    @Joep: Het is inderdaad soms een lastig vraagstuk. Ik heb me bij dit stuk natuurlijk in de rol gestopt van de neo-marxisten omdat zij naar mijn mening de sterkste uitgangspositie hebben om dit te verdedigen. Er valt ook heel veel voor de andere kant te zeggen. Misschien dat ik dit wel doe in een volgend stuk.

    @Steephveld: Dat is inderdaad zo. Wij accepteren de voorwaardes van Facebook en daar moeten we het eigenlijk mee doen. Maar dat betekent natuurlijk dat er wat kan of moet veranderen? Gegevens en regelingen veranderen en probeer met mijn stuk te kijken of dat moet of niet. Hoewel ik het wel met jullie eens ben dat die metadata heel moeilijk te belasten valt.

    @Eline: Voor de volgende keer misschien wel een goede tip inderdaad ;) .

Leave a Reply

Recente reacties

Recente nieuwsberichten

Tags