Privacy: een keuze?

Een thema wat afgelopen tijd steeds vaker en op bijna elk terrein terugkeert: privacy schending. Overheden, instanties en bedrijven maken zich steeds vaker schuldig aan privacy schending. Zoals in het artikel “De CIA kijkt mee” en het metareport van ‘In de wolken’ werd beschreven zijn cloud servers tegenwoordig ook niet meer veilig. Bestaat de huidige vorm van privacy zoals wij die kennen nog en is privacy eigenlijk wel te realiseren op het web en het computerplatform in zijn geheel? Ook nu al word je aangetast in je toekomstige mogelijkheden; zo wordt er door middel van censuur in steeds meer landen van te voren bepaald wat te vinden is, en blokkeren verschillende kabel providers sites, waaronder The Piratebay.

Op de website van de Volkskrant werd op 29 oktober jl. een artikel gepubliceerd: “Verenigde Naties moet controle internet overnemen“. Hierin betogen verschillenden landen, waaronder Rusland en China dat de Verenigde Naties, net zoals zij zelf, de nationale internettoegang moeten gaan controleren. In een land zoals China is dit de normale gang van zaken. Verschillende onderwerpen worden daar al uit de zoek resultaten gefilterd door Google. De voornaamste reden dat een dienst zoals Google gedwongen is om hier aan mee te werken is de eventuele complete uitsluiting van de Chinese markt. Het ziet er naar uit dat veel zaken die wij als vanzelfsprekend persoonlijk beschouwen dit in de werkelijkheid niet zijn. De ‘Westerse’ wereld voelt hier nog niet veel voor en dus hoeven wij ons in dit opzicht nog geen zorgen te maken. Ondanks dit gegeven, is het toch problematisch dat de privacy en ongecensureerde toegang onder vuurt ligt. Iedereen heeft zijn eigen belangen voor het behouden of juist voor de doorbreking van de privacy. Maar is privacy op een platform als de computer en het internet wel een vanzelfsprekendheid?

Een platform is op zich zelf neutrale grond. Maar wat is een platform? Een van de definities, gegeven door: Gillespie beschouwt iets als een platform wanneer het de mogelijkheid biedt voor anderen om hierop verder te ‘bouwen en ontwerpen’1. Het biedt als het ware een mogelijkheid om naar eigen invulling vorm te geven aan een bepaalde techniek. Het betreft een infrastructuur welke een bepaalde graad van flexibiliteit en interactiviteit met zich meebrengt. Met deze interactiviteit en flexibiliteit worden er vervolgens keuzes gemaakt. Het platform zelf wacht op invulling, zoals een privacy beperking. De beperking zelf heeft absoluut geen grondslag in de architectuur van het internet en komt voort uit een puur menselijke invulling. Zo valt te beargumenteren dat een regeling, zoals privacy, voor objecten op het internet een uiterst onnatuurlijke keuze is. Een dienst zoals Facebook of Icloud staat bij het creëren van deze beperkingen centraal2. Deze invullingen creëren een, eerder niet bestaande, tweedeling; dingen die wel mogen en dingen die niet mogen. Doordat het onderwerp van privacy op internet steeds vaker onder vuurt ligt, heeft dit ook een bepaald wantrouwen met zich meegebracht ten opzichte van de (eigenlijk neutrale technologie: internet), terwijl de kritiek juist niet de technologie zou moeten betreffen, maar eerder de organisaties die de desbetreffende dienst faciliteren en de culturele omstandigheden waarin zo’n organisatie gevormd wordt. Het lijkt dus niet zo zeer de technologie te zijn die schuldig dient te worden bevonden, maar de technologische omstandigheden waaronder deze worden ingevuld3. De vraag of de technologie de privacy ‘de das om heeft gedaan‘ is dan ook geen juist geformuleerde vraag, aangezien de technologie geen blaam treft.

Van nature is de computer en de internet techniek gebaseerd op een continue communicatie tussen verschillende partijen. Constant worden er handelingen en aanvragen verstuurd en ontvangen. Ze zijn beiden een platform, waarbij de constante communicatie een essentieel onderdeel is. Deze continue communicatie wordt onderbroken doordat er menselijke beperkingen worden opgelegd4 Maar ondanks dat privacy wellicht geen natuurlijk ‘logische’ keuze is gezien de architectuur van het internet en de computer, betekent het echter niet dat dit niet wenselijk is. Er zijn verschillende voorbeelden op te noemen waarbij privacy absoluut gewenst is, zoals de door hackers gebruikte trojans en keyloggers, welke gebruikt worden om de gegevens te achterhalen en om zo de desbetreffende te benadelen. Mikko Hypponen bespreekt in de volgende TED-talk een aantal belangrijke punten met betrekking tot de privacy online:

Het lijkt erop alsof, wanneer er over privacy gesproken wordt, er een tweedeling is tussen de gebruikende partij en de controlerende partij. Zoals in de Calefornian Ideology van Barbrook besproken wordt, is het een samensmelting van verschillende stromingen die bepalen hoe privacy op het moment wordt vormgegeven5. Aan de ene kant de opportunistische blik, een technologisch positief deterministische en haar tegenhanger, de controlerende en vrijheid beperkende invulling, welke voornamelijk wordt gerepresenteerd door overheden en bedrijven. Ondanks de openheid waar de ‘hoopvolle kant’ voor staat, is er toch geen sprake van complete openheid en is er ook daar ruimte voor privacy. Wederom zijn het overheden en bedrijven die, met een eigen invulling van de technologie en haar mogelijkheden, een controle en privacy doorbrekende structuur creëren en benadelen daarmee wellicht de gebruikers6.

Wanneer gebruikers het heft in eigen hand nemen, worden deze al gauw als criminelen gemerkt. Zo noemt Mikko Hypponen Anonymous, een hackersgroep die zich de laatste tijd ook erg op de voorgrond plaatst. Deze groep richt zich voornamelijk tegen de privacy schendende organisaties en overheden die volgens de groep het internet en haar toekomst als ‘vrije’ omgeving ernstig in gevaar brengen. Dit doen ze door, ironisch, de privacy van de desbetreffende organisaties te breken en informatie openbaar te maken7

Dat de problemen van privacy niet bij de neutrale technologie op zich zelf beginnen moge duidelijk zijn (met uitzondering van hack-invallen). De voornaamste problemen ontstaan juist bij de invulling van deze techniek. Met name door de controlerende macht, welke een erg duidelijk en eerder nog niet bestaand onderscheid creëert van dingen die wel en niet mogen, waaraan men zich zelf vaak niet houd8 Zaken zoals inbreuken, door ‘normale’ hackers is of door organisaties zoals de CIA, zouden niet mogen worden toegestaan en brengen de toekomst van het platform in gevaar. Privacy wordt gevormd door het oude spanningsveld tussen vrijheid en controle, een keuze die niet definitief gemaakt kan worden.

  1. Gillespie, T. 2010. “The politics of platforms” New Media and Society. p.347 []
  2.  http://www.wordstream.com/articles/google-privacy-internet-privacy []
  3. Barbrook, Richard. 2007. Imaginary Futures: From Thinking Machines to the Global Village. London: Pluto Press, 14-51.

 []
  4. Boltanski, Luc and Eve Chiapello. 2005. “The New Spirit of Capitalism,” International Journal of Politics, Culture and Society, 18: 161-188.
 []
  5. Barbrook, Richard, and Andy Cameron. 1995. The Californian Ideology.             August,http://www.alamut.com/subj/ideologies/pessimism/califIdeo_I.html []
  6. Barbrook, Richard. 1998. The Hi-Tech Gift Economy. First Monday, 3, 12, http://www.firstmonday.org/issues/issue3_12/barbrook/
 []
  7.  http://www.indybay.org/newsitems/2010/12/09/18666107.php []
  8. Fuchs, Christian. 2012. Internet and surveillance : the challenges of Web 2.0 and social media. Routledge, New York. []
Dit artikel is geschreven door op 01/11/2012 en is terug te vinden onder De Volkskrant, Metareports, Uncategorized, WG01. Het artikel is getagged met , , , , .
Blijf op de hoogte van reacties middels RSS 2.0 feed. Je kunt een reactie achter laten, of een trackback vanaf je eigen site maken.

3 Responses to “Privacy: een keuze?”

  1. Pieter Aerts on 06/11/2012 at 12:06

    Beste Sander,
    Leuk en interessant artikel! Wel kan dit stuk op het gebied van spelling, interpunctie en zinsconstructie nog enigszins verbeterd worden.
    In de derde alinea stel je: “De beperking zelf heeft absoluut geen grondslag in de architectuur van het internet en komt voort uit een puur menselijke invulling. Zo valt te beargumenteren dat een regeling, zoals privacy, voor objecten op het internet een uiterst onnatuurlijke keuze is”. Wellicht verwar je hier privacy met surveillance, want privacy is wel degelijk een van de peilers waar het web op is gebouwd, zie ook: http://www.scientificamerican.com/article.cfm?id=long-live-the-web. In dit essay stelt Tim Berners Lee (oprichter van het web) ook het volgende: “people seem to think the Web is some sort of piece of nature.. Not so. We create the Web, by designing computer protocols and software; this process is completely under our control.”
    Ik ben het met je eens dat noch het probleem, noch de oplossing ligt in de technologie en dat, zoals Berners Lee stelt, elke gebruiker evenredig eigenaar van het internet is en dus de verantwoordelijkheid van toezicht op het waarborgen van privacy en vrijheid een gedeelde last is. Verder vind ik het voorbeeld van Anonymous erg interessant, echter denk ik niet dat dit jou hier sterkt in jouw betoog. Anonymous heeft oa geheime documenten van de FBI illegaal bemachtigd en openbaar gemaakt. Dergelijke praktijken lijken mij niet wenselijk omdat dezen de nationale en internationale veiligheid in gevaar kunnen brengen. Classificering van zulk soort acties als crimineel lijkt mij dan ook niet meer dan logisch. Vrijgeven van alle informatie die zich op computers met internetverbinding bevindt kan naar mijn mening desastreuze gevolgen voor de internationale samenleving hebben, maar ik ben erg benieuwd wat jouw standpunt in deze is.

  2. SanderVanHaren on 06/11/2012 at 12:19

    Bedankt voor de reactie. Met een onnatuurlijke keuze doel ik meer op dat het inderdaad een bewuste keuze is, maar een die wellicht niet heel erg voor de hand ligt. Anonymous loopt naar mijn mening over een dunne lijn. Met sommige acties belanden ze ook naar mijn mening in het criminele circuit. Wat ik voornamelijk bedoel met het ‘openbaar maken’ van de informatie, komt meer voort uit de oorspronkelijke intentie van de technologie evenals de technologie zelf die zijn basis heeft in de continue communicatie. Ik vraag mij dan ook af of de computer en het internet dan ook wel geschikt zijn om met dit soort belangrijke informatie om te gaan. Iets waterdicht maken is in definitie niet haalbaar. Zou bv. de FBI dat soort documenten uberhaupt op (kennelijk toegankelijke) servers moeten zetten?

  3. Pieter Aerts on 07/11/2012 at 01:41

    ‘Wat ik voornamelijk bedoel met het ‘openbaar maken’ van de informatie, komt meer voort uit de oorspronkelijke intentie van de technologie evenals de technologie zelf die zijn basis heeft in de continue communicatie.’ Deze redenering kan ik niet volgen. bedoel je hier soms de oorspronkelijke intentie van de makers van de technologie, aangezien de technologie geen handelingsbekwame entiteit is en dus per definitie geen intenties heeft. Wel ben ik met je eens dat het web oorspronkelijk ontwikkeld is als open structuur waarin eenieder vrije toegang tot alle aanwezige informatie dient te hebben. Dit betekent niet dat ik deze overtuiging omtrent informatievrijheid deel. Talloze instanties wereldwijd beschikken over gevoelige data die niet in handen van malafide individuen, groeperingen, instanties en overheden dienen te vallen. Waarom dergelijke instanties -zoals oa de FBI- deze data beheren binnen netwerken die, weliswaar door hacken, bereikbaar zijn via het internet is mij ook een raadsel. Gezien de capaciteiten van een instantie als de FBI ligt het mijns inziens wel in de lijn der verwachting dat zij haar data binnen een hermetisch afgesloten intranet of andere vorm van vrijstaand intern netwerk beheren.

Leave a Reply

Recente reacties

Recente nieuwsberichten

Tags