Internet en Facebook: Fabricatie van data bodies

 

“You can check out anytime you want, but you can never leave.”

Deze uitspraak is gedaan door Katherine Losse, oud-Facebookmedewerkster, in haar boek ‘Jonge Heersers’. In het artikel ‘Facebook: Uitchecken kan, vertrekken nooit meer’ van 25 september, neemt Kristel van Teeffelen dit boek als uitgangspunt voor haar column in Trouw. Ze duidt op het feit dat Facebookgebruikers uit kunnen checken en af kunnen melden, maar niet meer in staat zijn te vertrekken. Een nadere toelichting hiervan geeft van Teeffelen helaas niet. Daarentegen is het wel af te leiden dat Facebook, door online gebruikersgegevens op te slaan (datamining), van alle mensen, al dan niet aangemeld, een profiel wil/kan maken. Van Teeffelen schrijft dat Losse geen wereldschokkende onthullingen doet in haar boek, maar vooral informatie weggeeft over Facebook als organisatie. Een van de meest opvallende en verontrustende onthullingen is wellicht dat Facebookmedewerkers via een ‘loopsleutel’ (een soort wachtwoord) bij elk profiel kunnen inloggen. Toch is het nog altijd onduidelijk voor het publiek wat het medium allemaal van de gebruikers weet.

Dat Facebook hierover zo gesloten is, heeft Hélène Schilders ook beschreven in haar blogpost in De Nieuwe Reporter. In haar blog noemt zij het bedrijf het ‘Pentagon van internet’. De reden die ze hiervoor geeft is het feit dat ze na verschillende mails, telefoontjes en bezoeken aan het Facebookkantoor, geen enkele woordvoerder had kunnen spreken. Schilders voegt nog toe dat ondanks Facebook een miljardenbedrijf en platform heeft gebouwd op de notie dat iedereen (24/7) met elkaar in contact wil zijn, het bedrijf journalisten nog altijd moeilijk maakt informatie te achterhalen.

Een ‘vrije’ web

De bovengenoemde beperkingen en (virtuele) grenzen zouden volgens John Barlow haaks tegenover het fundament van een vrije, democratische en onafhankelijke web staan. In zijn politieke webmanifest verwoordt hij de fundamentele principes van het internet. Het internet wordt daarin neergezet als een extreme vorm van democratie en onafhankelijkheid. In zijn manifest bepleit Barlow vooral een autoriteitsvrije cyberspace.1 Verder schrijft hij dat er alles aan gedaan moet worden om via het onafhankelijke en vrije internet een eerlijke en humane cyberspace te creëren. Het belang hiervan voor het onderhouden van, gedachten, contacten en relaties beschrijft Barlow dan als volgt:

 Cyberspace consists of transactions, relationships, and thought itself, arrayed like a standing wave in the web of our communications. Ours is a world that is both everywhere and nowhere, but it is not where bodies live.2

In tegenstelling tot Barlows manifest, probeert Facebook de gebruikers en hun ‘lived bodies’ te reduceren en te abstraheren tot code en digitale data lichamen die voor altijd opgeslagen zitten. Een data body is dan de data die de gebruiker vertegenwoordigt. Deze geabstraheerde versie van de real self is tevens beter controleerbaar door het systeem waarin deze zich bevindt.3

In Protocol bouwt Alexander Galloway hierop voort en behandelt onderwerpen als control en decentralisatie op het internet. Hij beschrijft het internet als een gedistribueerd netwerk waarbij het basisbeginsel niet controle, maar vrijheid is. De controlerende macht van het internet zou in de technische protocollen liggen die voor connectiviteit en het netwerk zorgen.4 Galloway geeft dan aan dat code de machthebber is op het web, omdat er, althans volgens hem, geen centrale machthebber is op het web. In plaats hiervan is de macht toe te wijzen aan de code en protocollen.5 In het geval van Facebook wordt er een bepaalde asymmetrie in informatie en machtsverschil tussen gebruikers en het platform gecreëerd. De gebruikers maken namelijk gebruik van de protocollen van Facebook en geven (een deel van) hun privacy vrij. Ze maken daarbij deel uit van de codes en algoritmes van de wereld van Facebook, zonder de mogelijkheid te hebben om de gevormde gebruikersdata ongedaan te maken.

Het platform en de data body

Indien Facebook vanuit de Platform Studies wordt gecontextualiseerd, kunnen enkele belangrijke features voor het construeren van data bodies opgemerkt worden. Een platform is een systeem dat herprogrammeerd en dus enigszins ‘gecustomized’ kan worden door buitenstaande ontwikkelaars en gebruikers. Hierdoor zijn platforms in theorie kneedbaar en kunnen ze aangepast worden aan de behoeftes en interesses van verschillende groepen en niches.6 Door de interactiviteit van dergelijke software wordt user-generated content (UGC) mogelijk gemaakt. Dit zijn verschillende soorten data die door gebruikers in het systeem zijn ingevoerd en gecreëerd. UGC hoeft niet ‘vrijwillig’ gevormd te worden, door bijvoorbeeld YouTube-video’s te uploaden en persoonlijke websiteprofielen aan te maken. Veel informatie wordt ook vaak onbewust en tegen de zin van gebruikers door verschillende trackers verzameld en gebruikt worden voor commerciële doeleinden als Customer Relationship Management en advertenties. Mark Poster beschrijft dit door te stellen dat er door uitgebreide vormen van registratie van gegevens en handelingen een schaduw van gebruikers ontstaat:

The multiplication of the individual, the constitution of an additional self, one that may be acted upon to the detriment of the “real” self without that “real” self ever being aware of what is happening.7

De persoonlijke data die via de user interface ingevoerd wordt in het Facebook platform, construeren dus een bepaalde data body. Daarnaast bouwen (sociale) interacties als ‘liken’, ‘sharen’ en ‘commenten’ deze data body verder op. Het EdgeRank algoritme zorgt daarbij voor een ‘customized’ weergave van de news feed. Dit gebeurt dus op een ‘default’ wijze die op de inputs en data body van de gebruiker is gebaseerd. Echter hebben gebruikers wel de mogelijkheid om de default opties te wijzigen en hun Facebook-profielen verder te verpersoonlijken.

Surplus value en ‘disappearance of disappearance’

Data bodies kunnen ook gerelateerd worden aan mogelijk economische activiteiten die op de platforms (achter de schermen) plaatsvinden. Een relevant concept hierbij is surplus value. Haggerty en Ericson leggen dit uit als ‘how the owners of the means of production profit from workers’ excess labour power for which they are not financially compensated.’8 In de hedendaagse, ‘cybernetische’ wereld verwijst surplus value naar de winst dat behaald kan worden uit de surplus informatie/data die verschillende gebruikers in hun dagelijkse leven achterlaten (bv. cookies, datamining). Deze surplus informatie wordt verkregen door online transacties te monitoren en op te slaan. De monetaire waarde ontstaat dan door data bodies om te zetten in ‘marketable’ consumentenprofielen. De data body genereert dus inkomsten voor bedrijven zonder dat de ‘arbeider’ voor deze ‘dienst’ betaald wordt. Dit is te vergelijken met Facebooks streven om van iedereen een profiel te maken en commerciële activiteiten van bedrijven hiervan te laten profiteren.

Daarnaast heeft het constant opslaan gebruikersgegevens en profielen geleid tot de zogenaamde ‘disappearance of disappearance.’ Haggerty en Ericson geven aan dat er een verschuiving zichtbaar is in de mogelijkheden van een individu om binnen de samenleving zich ‘onzichtbaar’ op te stellen. Zoals de titel van het artikel luidt, is uitchecken mogelijk, maar vertrekken eigenlijk niet meer. De mogelijkheid van anonimiteit en onzichtbaarheid verdwijnt volgens Haggerty en Ericson door de nieuwe vormen van surveillance.9 Daarbij is het niet zozeer een bovenstaande macht die van gebruikers verlangt deze informatie in te vullen, maar het is de gebruiker zelf die vrijwillig de informatie opgeeft. Hiertegenover staat echter dat mensen haast gedwongen worden om deze informatie op te geven, indien ze deel willen nemen in de samenleving. Dit is ook op te merken bij Facebook waar netwerkeffecten zwaar wegen en gebruikers steeds meer gedwongen zijn om een profiel aan te maken, opdat (internationale) contacten en (vrienden)relaties onderhouden kunnen worden.

  1. Barlow, John Perry. 1996. A Declaration of the Independence of Cyberspace. https://projects.eff.org/~barlow/Declaration-Final.html []
  2. Barlow, John Perry. 1996. A Declaration of the Independence of Cyberspace. https://projects.eff.org/~barlow/Declaration-Final.html []
  3. Poster, Mark. “The Mode of Information. Foucault and databases.” Chicago: UCP, 1990: 69-98. []
  4. Galloway, Alexander. 2004. Protocol: How Control Exists after Decentralization. Cambridge, MA: MIT Press, 28-54. []
  5. Galloway, Alexander. 2004. Protocol: How Control Exists after Decentralization. Cambridge, MA: MIT Press, 28-54. []
  6. Bogost, I. & Montfort, N., 2009. Platform Studies: Frequently Questioned Answers. Digital Arts and Culture. Available at: http://escholarship.org/uc/item/01r0k9br.pdf []
  7. Poster, Mark. “The Mode of Information. Foucault and databases.” Chicago: UCP, 1990: p.98. []
  8. Haggerty, Kevin, Richard Ericson. 2000. ‘The surveillant assemblage.’ British Journal of Sociology, 51(4): p. 615. http://www.uofaweb.ualberta.ca/sociology//pdfs/survassemb.pdf []
  9. Haggerty, Kevin, Richard Ericson. 2000. ‘The surveillant assemblage.’ British Journal of Sociology, 51(4): 605-622. http://www.uofaweb.ualberta.ca/sociology//pdfs/survassemb.pdf []
Dit artikel is geschreven door op 01/11/2012 en is terug te vinden onder Metareports, Trouw, WG01. Het artikel is getagged met , , , , , , , .
Blijf op de hoogte van reacties middels RSS 2.0 feed. Je kunt een reactie achter laten, of een trackback vanaf je eigen site maken.

3 Responses to “Internet en Facebook: Fabricatie van data bodies”

  1. Joeri Taelman on 05/11/2012 at 18:13

    Goed onderbouwd artikel, Serkan! Ik vind dat je de begrippen die je gebruikt heel goed uitlegd, en ook vaak de relevantie tot jou onderwerp erbij haalt. Toch had ik halverwege je artikel het idee dat ik niet wist waar je naartoe wou gaan, met zoveel concepten. Gelukkig dat je in je laatste alinea teruggrijpt naar de titel, zodat het duidelijk wordt waar je naartoe wou.

  2. SerkanYildizeli on 05/11/2012 at 21:16

    Bedankt voor je reactie Joeri. Het was inderdaad erg lastig voor mij om de onderwerpen die ik wilde bespreken af te bakenen en dan naar een bepaald doel te werken. Daarbij wilde ik een brede context schetsen bij bij de concepten, waarbij ik me vooral wilde verdiepen in onderwerpen als (creatie van) data bodies en het hele (gedwongen) deel uitmaken van het systeem. Ik ben blij dat het onderwerp van het artikel alsnog duidelijk is geworden!

Trackbacks

Leave a Reply

Recente reacties

Recente nieuwsberichten

Tags