‘Cyberspace’ en gedateerde manifesten

Rusland, China en een groep Arabische landen willen dat de VN de controle van het internet overnemen. Ook willen zij expliciet vastleggen dat regeringen het recht hebben internet te beheren en te verstoren.’ Dit is te lezen in een artikel in de Volkskrant op 30 oktober. Beide delen zijn interessant: de wil om de VN de ‘baas van het internet’ te laten zijn lijkt te wijzen op het idee dat het toch handig is om één universeel orgaan te hebben dat toezicht houdt op het internet, waarmee deze groep landen, allicht onbedoeld, toegeven dat het internet globaal is, en ook op die manier aangepakt moet worden. Het andere deel gaat hier weer tegenin: landen moeten vervolgens zelf de macht en het recht hebben om het internet binnen hun eigen gebied te beheren en verstoren (dit is technisch natuurlijk vrij lastig, maar daar gaat het artikel verder niet op in). Het gaat hier dus om het principiële debat óf overheden bepaalde regulerende bevoegdheden hebben op het internet, of het internet binnen hun jurisdictie valt, en zo ja, onder wiens jurisdictie dan precies?

Ideaalbeeld

Rusland, China en de groep Arabische landen hebben klaarblijkelijk al antwoord gegeven op deze vragen: overheden hebben volgens hen duidelijk (verregaande) bevoegdheden in de digitale wereld. En ook in de publieke opinie lijkt tegenwoordig weinig twijfel te bestaan op dit gebied, al speelt natuurlijk nog wel de vraag hoe groot die bevoegdheden kunnen en moeten zijn. Het antwoord op deze vraag was niet altijd zo duidelijk als dat het nu is: in 1996, toen het internet wel al bestond, maar slechts een fractie was van wat het nu is (zowel qua omvang, als maatschappelijke importantie), schreef John Perry Barlow zijn ‘Declaration of the independence of Cyberspace‘.

De Amerikaanse regering had vlak daarvoor de ‘Telecommunications Act‘ (met daarbinnen bijvoorbeeld de ‘Communications Decency Act’) aangenomen, waardoor een groot aantal regels die in de fysieke wereld al golden ook online gingen gelden. Het was één van de eerste vormen van censuur en/of bemoeienis door overheden met ‘cyberspace‘. Barlow roept overheden op zich te onttrekken aan de digitale wereld, en van de gebruikers van het internet hoopt hij dat ze zich verenigen om online een betere wereld te creeëren dan ‘de echte’.1

‘Cyberspace’ is geen onderdeel van de fysieke wereld, vindt Barlow, maar een geheel nieuwe en vrije leefomgeving (‘the new home of Mind‘), los van de aardse overheden. Hij heeft hier een drietal argumenten voor: de ‘bewoners’ van cyberspace hebben die overheden niet democratisch gekozen, de in de verschillende landen geldende wetgeving is niet toepasbaar op de objecten en subjecten in de digitale wereld, en bovendien kan er online geen gehoorzaamheid afgedwongen worden aan eventuele regels (in ieder geval niet zoals dat in de fysieke wereld gebeurt).2

Dit vroege stadium van het internet wordt gekenmerkt door dit soort ideeën. Ook Lovink beschrijft in zijn artikel over ‘De Digitale Stad‘ (DDS) dezelfde soort sentimenten: DDS zou een aparte, virutele wereld zijn, weliswaar gelinkt aan de echte wereld (Amsterdam in dit geval), maar wel een wereld waar  de mensen samen zouden bepalen wat het internet zou zijn, welke regels er zouden gelden en hoe dat proces eruit zou zien.3

Sociaal contract

Dat deze ideeën inmiddels ontzettend achterhaald zijn is duidelijk. ‘Cyberspace’ is allang niet meer zo’n duidelijk ‘aparte’ wereld: de ‘echte’ en de ‘cyber’-wereld lopen dwars door elkaar heen, en het internet neemt een centrale plaats in in onze samenleving. Alles gebeurt tegenwoordig in meer of mindere mate online, met name ook ontzettend veel dingen die ‘vroeger’ offline gebeurden (van correspondentie tussen vrienden, tot winkelen en bankzaken). Het is dus niet zo een heel gek idee dat regeringen daar zeggenschap over hebben, of in ieder geval willen verkrijgen. In zekere zin is hier ook het concept van ‘remediation‘ aan de orde: meer dan een totaal ‘nieuw medium’, en een ‘nieuwe’ wereld, is het internet gebleken een soort remediërend meta-medium te zijn, wat betekent dat veel dingen die online gebeuren, en ook hoe ze gebeuren, vaak lijken op dingen die in de fysieke wereld al gebeurden, en waar, per land, ook al regels en wetten voor bedacht waren.

Bovendien brengt dit gegeven, dat de online-wereld bijna niet meer los te zien is van de offline-wereld, ook met zich mee dat veel van wat offline strafbaar is, ook online, en vaak ook nog eens veel makkelijker gedaan kan worden. Het hacken van bankrekeningen, online stalking, etc., zijn zaken die gezien kunnen worden als online varianten van offline fenomenen, waar dus ook ‘echte’ straffen voor moeten zijn. De idyllische wereld die Barlow en Lovink dachten dat ‘cyberspace’ zou zijn, is helaas ver weg, en het internet maakt naast een hele hoop goede, mooie en nuttige dingen, ook veel narigheid mogelijk.

Het lijkt allicht vergezocht, maar uiteindelijk  valt ook het internet onder het ‘contrat sociale‘ van Rousseau: denkers als Locke, Hobbes, en dus ook Rousseau, legden uit dat de ‘natuurlijke staat’ waarin mensen zouden verkeren, zonder enig gezag, tot complete chaos en anarchie zou leiden. Het ‘sociale contract’ was een contract waarin de mensen gezamenlijk besloten het gezag aan iemand over te dragen, die ervoor zou zorgen dat iedereen zoveel mogelijk van zijn ‘rechten’ kon genieten, en zich tegelijkertijd aan zijn ‘plichten’ zou houden. Oftewel: de basis van de democratie, die door ons allen zo gekoesterd wordt. Dezelfde gedachte geldt in feite ook voor het internet.

‘Society of control’

Dat landen en regeringen het recht hebben om binnen hun eigen grenzen in te grijpen op wat er online gebeurt, is in die zin een afgeleide van dit ‘contrat sociale‘. Zou dit recht niet in de eerste plaats bestaan, dan zou het ook onmogelijk zijn om het over te dragen aan de VN. Dat regeringen zich dit recht toeëigenen, en er ook naar handelen, bewijzen landen als China, Iran, maar ook Westerse landen als Frankrijk en de VS. Dit bewijst bovendien ook dat we ons inmiddels inderdaad bevinden in een ‘society of control‘, die Deleuze beschrijft.4 Regeringen (in deze context de ‘bewakers’ in het centrum van het Panopticon5 ) zien de mens niet meer per se als individu, maar als een ‘dividual‘, als data waarop ze controle kunnen uitoefenen, in welke hoedanigheid dan ook. Het is eigenlijk ook ondenkbaar dat, binnen deze ‘society of control‘, staten een gigantisch gebied als het internet zouden laten bestaan zonder zich er ook maar mee te bemoeien. Door mee te denken hoe het online beter, makkelijker, en democratischer kan, maar ook hoe de burgers van die staten beter beschermd kunnen worden. Als burger moet je er dan maar op vertrouwen dat hetgeen de overheid besluit, op korte of lange termijn ook echt het juiste is. Net als in de ‘echte wereld’.6

  1. Barlow, J. ‘A Declaration of the Independence of Cyberspace.’ Electronic Frontier Foundation, 1996. 01-11-2012 <https://projects.eff.org/~barlow/Declaration-Final.html> []
  2. Barlow, J. ‘A Declaration of the Independence of Cyberspace.’ Electronic Frontier Foundation, 1996. 01-11-2012 <https://projects.eff.org/~barlow/Declaration-Final.html> []
  3. Lovink, G. The Rise and Fall of the Digital City: Metaphor and Community in 1990s Amsterdam . In: Graham, S.
    Cyber Cities London: Routledge 2004 (pp. 371-377) []
  4. Deleuze, Gilles. “Postscript on the Societies of Control.” October, Vol. 59 (Winter 1992): 3-7 []
  5. Foucault, Michel. “Het Panopticisme.” Discipline, Toezicht en Straf. De geboorte van de gevangenis. Vertaling
    van Surveiller et punir (1975). Groningen: Historische Uitgeverij, 2007. p. 270-313 []
  6. Dit geldt ook voor gevallen als in Iran en China: ook al lijkt het vanuit ons Westerse perspectief vervelend dat die regeringen de toegang tot het internet voor hun bevolkingen bemoeilijken of onmogelijk maken, is het niet anders dan logisch dát dit gebeurt (het gebeurt immers ook ‘in het echt’ in die landen). Het vellen van waardeoordelen hierover is lastig of onmogelijk vanuit ons perspectief, en stukken over of het nou positief of negatief is dat de VS ‘democratie’ hebben gebracht in Irak vallen niet binnen de reikwijdte van dit stuk. Aan de andere kant: cases als de Arabische Lente laten zien dat bevolkingen altijd manieren zullen vinden om verschillende media, en dus ook het internet, in te zetten op manieren die ze willen. Ook hierin verschilt ‘cyberspace’ dus inmiddels weinig meer van onze fysieke realiteit. []
Dit artikel is geschreven door op 01/11/2012 en is terug te vinden onder De Volkskrant, Metareports, Uncategorized, WG03. Het artikel is getagged met , , , , , , , , , , .
Blijf op de hoogte van reacties middels RSS 2.0 feed. Je kunt een reactie achter laten, of een trackback vanaf je eigen site maken.

7 Responses to “‘Cyberspace’ en gedateerde manifesten”

  1. MetareportB on 02/11/2012 at 01:34
  2. MetareportB on 02/11/2012 at 01:55

    Niet alles wat ik geschreven heb is natuurlijk 100% hoe ik tegen het onderwerp aankijk, ik heb getracht een positie in te nemen, en vanuit die positie argumenten te bedenken. Toch kan ik me best vinden in het idee van het sociale contact: we hebben onze regering het recht gegeven om toezicht te houden en regels te maken voor en over onze maatschappij. Het internet wordt meer en meer een onderdeel van die maatschappij, sterker nog: een van de belangrijkste onderdelen ervan. Dus: logisch dat ze ook het internet reguleren.
    Of ik hier persoonlijk blij mee ben, is een tweede. Maar als je er niet blij mee bent, is dat dan niet dezelfde ontevredenheid die je voelt als je een agent wilt uitschelden, maar het niet doet omdat het niet mag, of als je je moet houden aan een maximum-snelheid die je veel te laag vindt? Wat vinden jullie?

    Daarnaast vind ik ook de discussie over censuur in totalitaire regimes vrij interessant. Ik benoem het in de laatste voetnoot, en ook in de reacties op het eerdere stuk van @Joeri Taalman hier: http://metareporter.nl/2012/10/11/iran-wilt-de-arabische-lente-bestrijden-met-invoering-van-eigen-internet/

  3. Annefleur Schipper on 05/11/2012 at 10:01

    Helder artikel met veel verschillende concepten!
    Ik denk ook dat regulatie al aan de gang is, kijk alleen al naar het verbod op Thepiratebay van een aantal providers of naar andere internet-blokkades. Een compleet vrij internet is grote onzin en is ook niet iets wat we zouden moeten willen.

    Je zegt in je artikel verder
    “(..) Zou dit recht niet in de eerste plaats bestaan, dan zou het ook onmogelijk zijn om het over te dragen aan de VN.”
    Maar hier ben ik het niet helemaal mee eens, er zijn namelijk altijd landen die meer invloed online (en offline) hebben, waardoor als zij macht overdragen, andere landen in feite geen keuze hebben.
    Mocht Amerika bijvoorbeeld ervoor kiezen om het Internet te laten reguleren door de VN, dan zouden ze indirect ook heel veel andere landen hiermee beïnvloeden, omdat hun digitale en fysieke netwerk heel ver reikt.
    Dat is dus wel het gevaar, dat als de belangrijke landen ergens voor kiezen, dan moeten de kleine landen volgen. Terwijl nu nog elk land relatief onafhankelijk zijn internet-regulaties kan opstellen.

  4. Frida Boeke on 05/11/2012 at 10:57

    Erg interessant dat je dit artikel koppelt aan verschillende academische perspectieven uit verschillende periodes. ik verbaas me elke keer weer over het manifest van Barlow. Natuurlijk is dit manifest ‘achterhaald’ gebleken. Maar was dat het niet al vanaf het moment dat hij het schreef?
    Barlow wilde overheden en commerciële partijen bannen uit cyberspace. Echter, dit waren ook de partijen die cyberspace überhaupt mogelijk maakten. Overheden hadden een grote vinger in de pap in de ontwikkeling van het web voor militaire doeleinden. Zij financierden het onderzoek en de implementatie. Voor de koude oorlog werden computers ontworpen om op de centimeter nauwkeurig bommen te kunnen werpen en om over de atlantische oceaan te kunnen communiceren. Naar de buitenwereld werden computers echter op de markt gebracht alsof ze origineel werden ontworpen voor oplossingen in het huishouden. Toen het web dus zijn intrede deed in het publieke leven en bij burgers, was het niet raar dat overheden zich er nog steeds mee bemoeiden.
    Ik denk dat het een logisch gevolg is dat overheden nu met elkaar praten over de bescherming en regulering op het web. Wel denk ik dat er zeer kritisch moet worden gekeken naar de landen die in dit geval de regulering via de VN aanvragen. Dit zijn over het algemeen juist landen die de vrijheid van meningsuiting niet erg serieus nemen in hun nationale policy ten aanzien van het web. Kijk bijvoorbeeld naar de webcensuur in China en bepaalde Arabische landen.

    De vraag is of het niet een loos voorstel is van deze landen die op deze manier goodwill willen creëren bij de VN en andere landen. Ze willen de macht bij de VN leggen, maar tegelijkertijd zelf in de mogelijkheid zijn om in te grijpen en te verstoren. Is deze macht aan de VN er dan niet eentje van pure symboliek die uiteindelijk niks voorstelt?

  5. MetareportR on 05/11/2012 at 20:22

    Je zet het voorstel uiteen in een tegenstelling: VN als baas van het Internet vs recht om het Internet op nationaal niveau te verstoren/beheren. Ik heb juist het idee dat het een eenduidig voorstel is met een strategisch doel.
    Rusland, China en de groep Arabische landen proberen met dit voorstel naar mijn idee globale goedkeuring te krijgen voor hun eigen huidige Internet beleid. Om dit voor elkaar te krijgen zullen zij tijdens de besprekingen over het voorstel inspelen op de kwetsbaarheid waarmee Westerse overheden zijn geconfronteerd door voorvallen als WikiLeaks en het mislukken van het PIPA/SOPA wetsvoorstel. Hoewel het Westen altijd kritiek heeft geuit over de wijzen waarop autoritaire regimes als China en Iran controle over het Internet bewerkstelligen, hebben de bovengenoemd voorvallen er wel voor gezorgd dat ook in het Westen de discussie omtrent de wenselijkheid en noodzaak van Internet regulering is losgebarsten. Door internationaal aan te voeren dat meer controle en surveillance van het Internet wenselijk is in het kader van nationale veiligheid, daarbij inspelend op de aangetoonde kwetsbaarheid van het Westen en tegelijkertijd het “effectieve” Internet beleid van de autoritaire regimes naar voren schuivend, acht ik het zeker geen loos voorstel zoals @Frida Boeke zich afvraagt in bovenstaande reactie. Twitter heeft onlangs ook voor het eerst op lokaal niveau censuur toegepast, mocht in de VN-regelgeving worden vastgelegd dat dit verantwoord is dan zullen autoritaire landen dit ongetwijfeld aangrijpen om hun eigen beleid voort te zetten binnen hun eigen interpretatie van de regelgeving. Censuur kan zodoende blijven bestaan, maar wanneer het onder VN regelgeving komt te staan zal dit ongetwijfeld een andere noemer krijgen (controlemiddel voor het belang van nationale veiligheid bijv.). Dit gegeven kan ertoe leiden dat landen elkaar niet langer kunnen aanspreken op schending van van mensenrechten (in dit specifieke geval vrijheid van meningsuiting/informatie online) omdat internationaal is vastgelegd dat overheden autonoom zijn in het verstoren en beheren van het Internet binnen de eigen landsgrenzen.

  6. MetareportB on 06/11/2012 at 13:35

    Bedankt voor jullie reacties allen!

    @Annefleur goed punt dat je maakt, het is inderdaad vrij lastig om nationaal restricties toe te passen op je ‘binnenlandse’ internet zonder daarbij ook bewoners van andere landen te raken. Dit is een terrein waar nog veel ontwikkeld kan worden (ik denk aan technieke o.b.v. ip-adressen bijvoorbeeld). Aan de andere kant gebeurt dit voor een groot deel al: ik ben nu in Istanbul bijvoorbeeld, waar ik (ALS IK HET ZOU WILLEN!) geen porno-websites kan bezoeken, die ik gister in Amsterdam nog wel had kunnen checken ;) . Ik zeg in de eerste alinea ook al dat het technisch lastig is om zo’n systeem op te zetten, maar ik heb gekozen mijn artikel niet hierop toe te spitsen.

    Ik bedoelde overigens iets anders met “Zou dit recht niet in de eerste plaats bestaan, dan zou het ook onmogelijk zijn om het over te dragen aan de VN.” Dit is meer een soort democratisch principe: als landen ervoor kiezen de VN toezicht te laten houden op het internet, dan gaan ze er blijkbaar al vanuit dat ze eerst zélf het recht hadden om dat toezicht te houden (of ze het nou ook daadwerkelijk deden of niet), en het dus nu overdragen aan een hoger orgaan.

    @Frida Die spagaat tussen het globale enerzijds en het nationale anderzijds beschrijf ik dus inderdaad ook. Toch denk ik niet dat het totale symbool-politiek is, maar of het verder positieve of negatieve gevolgen zal hebben voor het internet zal de tijd ons leren. Feit blijft dat als er op internationaal en nationaal niveau opeens een set heel duidelijke regels voor het internet is, en er bijbehorende toezichtmechanismen zijn ontwikkeld, dat dat in ieder geval serieuze veranderingen ten gevolg kan hebben. In mijn artikel heb ik echter geprobeerd meer te focussen op de grondvraag over die macht op het internet, omdat het af en toe vermoeiend is om steeds te horen dat het internet zo’n ‘vrije democratische ruimte’ is, terwijl hij dat duidelijk niet is, en het zo bezien ook nergens op zou slaan als hij dat wel zou zijn.

    @fernando Klopt, maar de dingen die je noemt (censuur, elkaar niet kunnen aanspreken of feiten) zijn nu ook al aan de orde, maar dan zonder duidelijke wettelijke grondslag. De tegenstelling die ik beschrijf was overigens niet zo een elementair onderdeel van mijn verhaal als dat het blijkbaar over is gekomen bij jou. Ik bedoelde vooral dat landen dus enerzijds de macht aan een hoger orgaan willen overdragen, maar tegelijkertijd ook zelf alles op nationaal niveau zelf willen kunnen blijven beslissen. Toch dus uit angst dat de internationale regels misschien te mild, of juist te hard zijn voor hun eigen smaak. Maar nogmaals: mijn stuk ging dus niet zozeer om het uitspreken van een waardeoordeel over het al dan niet toepassen van censuur etc., maar meer over het feit dat regeringen in mijn optiek tot op zekere hoogte het recht al hebben om het internet te reguleren, helemaal als die regeringen op democratische wijze aan de macht zijn gekomen.

  7. Bas Dijkmans van Gunst on 08/11/2012 at 00:25

    Op dit moment is er voor dit probleem niet één oplossing. Op het moment dat het internet geplaatst wordt in de échte’ wereld, zou men snel tot de conclusie moeten komen dat er regulatie nodig is. Immers is het politiek, economisch en sociaal gezien van levensbelang in de wereld. Wel vraag ik mij af of er dergelijke regulatie vanuit de VN zou moeten worden gerealiseerd. Wij hebben in de wereld met elkaar de universele verklaring van de rechten van de mens, maar voor de rest is er bijvoorbeeld heel veel speling op sociaal juridisch gebied. Ik denk dan ook dat er een basis moet zijn waar vanuit gehandeld moet worden en dat het internet bijvoorbeeld niet politiek gekleurd mag worden afgesteld in een land. Wat je vind ik heel goed beschrijft in je artikel is de verschillende opvatting die landen hebben op dit onderwerp, hetgeen ook moet kunnen. Immers zijn de cultuurverschillen ook op het internet enorm.

Leave a Reply

Recente reacties

Recente nieuwsberichten

Tags