Museumbezoek achterhaald door het Google Art Project?

Google dringt door in ons alledaags leven. Met Google Streetview kunnen we ,       virtueel, overal ter wereld gaan en staan waar we willen. Met het nieuwe Google Seaview kunnen we zonder nat te worden een duik nemen en het Great Barrier Reef bekijken. Met Google Body nemen we een kijkje in het menselijk lichaam en hierover kunnen we alles opzoeken in de vele boeken die Google heeft gedigitaliseerd in Google Books. Op 1 februari 2011 begon Google met het digitaliseren van kunst in het Google Art Project. Men kan online rondlopen in het museum, schilderijen bekijken, het werk in context zien, een eigen collectie maken en nog veel meer. Ook Nederlandse musea werken mee aan dit project, zo schrijven Just Fontein en Heleen van Lier in de Volkskrant van 3 april 2012.

Volgens projectleider James Davies is het doel van dit project om de kunst toegankelijker te maken voor de massa. Mensen van ver die nooit in hun leven een echte ‘Van Gogh’ zullen zien, kunnen er nu op elke moment zo lang van genieten als ze daar behoefte aan hebben (mits ze toegang tot het Internet hebben). Dit is ook de voornaamste reden waarom musea dit project steunen. Het Google Art Project is in ontwikkeling en heeft inmiddels al meer dan 30.000 kunstwerken gedigitaliseerd afkomstig van meer dan 150 instituten.1

De verwachting is dat mensen eerder geënthousiasmeerd raken om kunst te gaan bekijken. De grote vraag is nu of Google het virtuele museumbezoek niet te realistisch maakt. Als dit het geval is, zullen mensen liever vanuit huis de kunst gaan beleven. De meningen verschillen over of het Google Art Project een echt museumbezoek zal achterhalen met al zijn nieuwe functies. De authenticiteit van het werk is weg, maar de vele extra functies maken veel goed.

Het Google Art Project biedt een nieuwe manier om van kunst te genieten. Waar men gewend is om kunst te bekijken in galerijen of musea, kan men dat nu doen via de computer. Een belangrijk aspect in Google’s project is de Gigapixel weergave van kunstwerken. Men kan de kunstwerken bijna letterlijk ‘onder de loep’ nemen. Deze functie gaat voorbij aan de ervaring van een echt museum. Zoals Nancy Proctor beschrijft in haar artikel: ‘Google Art Project: A New Generation of Museums on the Web?’ zijn de ongeschreven regels van onze samenleving en van de musea verdwenen bij een digitaal bezoek aan het museum. Men kan onder geheel andere omstandigheden dichter bij het kunstwerk komen dan mogelijk is in een museum. Zoals Beth Harris en Robin White Owen stellen in het artikel van Nancy Proctor:

The Google Art Project encourages close looking perhaps more than being in the galleries often does—and close looking is one of the goals of museum educators everywhere. You can take as much time as you like, any time and place you choose, allowing you to avoid the crowd, physical fatique, and self-conciousness that Beth Harris sees museum visitors struggle with.2

Andere functies die het Google Art Project biedt zijn onder andere het kunstwerk in zijn context zien. Bij een kunstwerk worden nuttige links naar andere bronnen gezet waardoor de kijker zich meer kan verdiepen in het werk. Het verdiepen in zo’n werk wordt dus vergemakkelijkt. De virtuele bezoeker van een museum kan ook zijn eigen collectie samenstellen. De favoriete werken van een bezoeker kunnen dan weer worden besproken door middel van sociale media. Omdat alles gecategoriseerd is, is het zoeken naar een specifiek kunstwerk een eitje. Men kan zoeken op musea, artiesten, data en stromingen. De virtuele musea worden met behulp van audio en video ondersteund. Zo kan een bezoeker virtueel door het museum lopen onder begeleiding van een gids. Op het gebied van educatie valt er ook veel te winnen, bijvoorbeeld met behulp van vragen en interactieve spellen over de verschillende kunstwerken.3

Een theoreticus die tegen de gedachte van gereproduceerde kunst in gaat is Walter Benjamin. In zijn boek ‘Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid’4 beschrijft hij dat een kunstwerk een bepaald aura heeft. Dit is de authenticiteit van een kunstwerk. Het gegeven dat het werk uniek is. Vertaald in woorden van onze tijd kunnen we stellen dat kunstwerken hun aura verliezen door de digitale reproduceerbaarheid. Het werk wordt losgekoppeld van zijn betekenis. In het artikel van Nancy Proctor stelt Jane Burton dat Google teniet doet aan de kunstwerken door het te digitaliseren. In deze zin gaat ze mee in de gedachtestroom van Walter Benjamin. Zij stelt dat:

Google Art risks giving a very skewed image of creative output through time and around the world. […] Even as it opens up access to important collections, the Internet can limit remote audiences’ understanding of old masters and the work of generous contemporary artists, […] who are willing to give permission for their work to be scanned and displayed online, free or at any affordable rate.’ 5

In een bredere context gezien kunnen we aannemen dat kunstwerken worden gesimuleerd. Een bekende theoreticus die over verschillende vormen van simulatie schrijft is de Franse postmodernist Jean Baudrillard. Vanuit een postmodernistische invalshoek bekijkt hij de wereld om ons heen. Volgens hem zijn er in de 20e eeuw zo veel beelden geproduceerd, dat deze een eigen realiteit vormen. De realiteit die wij kennen smelt samen met de vele representaties van de werkelijkheid. Het resultaat is een wereld van simulatie. De term die Baudrillard hierbij noemt is hyperrealiteit. De grens tussen echt en simulatie wordt steeds vager. In het geval van het Google Art Project is er sprake van een kopie van het origineel. Echter, met de toevoeging van alle nieuwe functies, in het bijzonder die van de Gigapixel, lijkt het kunstwerk nu zelfs ‘echter’ in de virtuele wereld.6 De bevindingen van Benjamin worden hier teniet gedaan, het kunstwerk kan nog meer worden ‘beleefd’ virtueel dan in het echt.

Uiteindelijk stelt Nicholas Serota in het artikel van Nancy Proctor dat musea weinig te vrezen hebben. Hij wijst op het feit dat de komst van andere media zoals TV en fotografie nog nimmer het succes van het museum hebben doen dalen. Zonder de muren en het ‘echte’ aanwezig zijn in een museum, kunnen zelfs kunstfanaten niet uit de voeten. De ‘real-world experience’ zal altijd boven het virtuele komen.

  1. Proctor, Nancy. “The Google Art Project: A New Generation of Museums in the Web?”. Curator: The Museum Journal. Volume 52. Issue 2, April 2011: 215-221 []
  2. http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/j.2151-6952.2011.00083.x/full []
  3. http://en.wikipedia.org/wiki/Google_Art_Project []
  4. Benjamin, Walter. “Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid.” Vert. Uitgeverij Boom, Mei 2008. []
  5. http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/j.2151-6952.2011.00083.x/full []
  6. Baudrillard, Jean. “Simulacra and Simulations”. Vert. Sheila Faria Glaser. The University of Michigan, 1994 []
Dit artikel is geschreven door op 07/10/2012 en is terug te vinden onder De Volkskrant, Metareports, Uncategorized. Het artikel is getagged met , , , , , , , .
Blijf op de hoogte van reacties middels RSS 2.0 feed. Je kunt een reactie achter laten, of een trackback vanaf je eigen site maken.

9 Responses to “Museumbezoek achterhaald door het Google Art Project?”

  1. JoepMeertens on 08/10/2012 at 15:41

    Ten eerste een erg interessant artikel, waarin je veel theorieën aan elkaar verbindt en Google koppelt aan een gedachte van authenticiteit en technische reproduceerbaarheid.

    Je stelt halverwege zeer terecht de vraag of Google het museumbezoek niet vervangt in plaats van aanmoedigt.

    Persoonlijk vind ik het ergens goed dat dat musea kunst meer vrijstelt om het toegankelijker te maken, maar toch is het ergens ook wel heel verontrustend dat Google in bijna elk aspect van het menselijk leven op aarde een aandeel lijkt te krijgen. Die monopolistische trekjes maken de gebruiksvriendelijkheid natuurlijk erg hoog, aangezien mensen met google accounts bijna alles met alleen google kunnen doen, maar toch denk ik dat het ook tegen ze kan werken.

    Over de vraag of Google het museum echt zou vervangen, denk ik persoonlijk dat dit niet geval zou zijn (voor mijzelf zou het in ieder geval niet gelden). Het is hetzelfde als concerten die online staan. Erg mooi en leuk om te zien en te proeven hoe het is geweest en zou zijn, maar het mist het fysieke contact met de omgeving. Een ‘echte’ van Gogh zien kan toch overweldigender en emotioneler zijn (voor mij persoonlijk dan weer niet) dan een afbeelding ervan via Google. In die zin lijk ik het dus niet helemaal eens met Walter Benjamin, aangezien ik denk dat technische reproduceerbaarheid de authenticiteit van het kunstwerk helemaal niet hoeft te verkleinen, maar op een bepaalde manier juist kan vergroten

    Een zeker pluspunt van het digitaal beschikbaar stellen van museumcollecties is naar mijn mening dat kunst veel educatiever en interactiever wordt. Gelukkig wordt hier vaak ook aan gewerkt ín het museum, door veel meer achtergrondinformatie beschikbaar te stellen, bijvoorbeeld door QR codes voor de smartphone.

    Aangezien je afsluit met een verwijzing naar Nicholas Serota, ben ik benieuwd hoe je zelf precies over dit vraagstuk denkt en wat je conclusie erover is?

    Ten slotte: Niet heel belangrijk, maar in de tweede zin staat een spatie voor een komma, dus die kun je even weghalen om het er netter uit te laten zien.

  2. SanderVanHaren on 08/10/2012 at 17:03

    Ondanks de mogelijkheden van het internet denk ik toch dat een functie zoals deze de uiteindelijke “echte” ervaring niet zal vervangen. Het genoemde ‘aura’ is toch vaak doorslaggevend voor de beleving van kunst (bij mij persoonlijk dan iig). Het is goed dat musea met hun tijd proberen mee te gaan door het toestaan van dit soort projecten, al ben ik zelf van mening dat juist door dit soort pogingen om kunst populairder en toegankelijker te maken zichzelf in de hand snijden. Kunst is altijd al relatief exclusief geweest en zal dit (denk ik) ook altijd blijven, aangezien dat in het begrip van kunst zelf zit. Verder goed geschreven, interessant onderwerp!

  3. Floris Lantermans on 08/10/2012 at 18:34

    Ik ben het eens met Nicholas Serota dat musea weinig te vrezen hebben. The real world experience, blijft nog altijd interessanter, hoezeer Google ook de “echte” ervaring probeert te digitaliseren. Iedereen kent de Mona Lisa, toch blijft voor iedereen de Mona Lisa “in het echt” zien een heel andere ervaring… die het internet en Google voorlopig niet kunnen bieden.

  4. Baubeles on 09/10/2012 at 09:59

    Zelf ben ik het eens met menig bovenstaande comments waarin gezegd wordt dat de echte ervaring niet te vervangen is. Het komt echter wel steeds dichter in de buurt. Ik zou er niet raar van opkijken als het in de toekomst wel wordt vervangen door het virtuele. Voor nu zou de beste oplossing zijn om het te combineren. De mogelijkheden om deze techniek te verbinden met de echte beleving zal de beleving echter en dieper maken dan mogelijk is zonder de technieken. Omdat het nog steeds echt is, is er sprake van toegevoegde waarde. Dit is mijns inziens de richting waarop de musea en Google moeten gaan. Je zou het zo kunnen zien: door het echte museum lopen met een tablet in de hand die bij elk werk informatie geeft, zowel over de context als over de wijze van creatie… Oh wacht eens even, is dit niet al mogelijk?

  5. MarjoleinTromp on 09/10/2012 at 10:01

    Nicholas Serota maakt inderdaad een goed punt dat ‘the real-world experience’ altijd boven het de ‘virtuele experience’ zal staan. Maar ik durf zelfs te stellen dat de virtual experience de real-world experience juist interessanter maakt. Je wordt nieuwsgierig naar de real-world experience als je het kunstobject online hebt gezien. Nieuwsgierig om de hyperrealiteit kunnen vergelijken met de echte realiteit. Ook vind ik dat de kunst veel meer gaat leven wanneer je meer achtergrond informatie tot je beschikking hebt.
    Hier neem ik dan wel aan dat men nog in staat is op de hyperrealiteit van de echte realiteit te scheiden. Wat natuurlijk een interessant onderwerp van discussie is, want kunnen we dat nog wel?
    Persoonlijk denk ik dat we daar nog heel goed toe in staat zijn en de online wereld meer als een extensie zien van de ‘echte wereld’.

  6. MarissaSieuwerts on 09/10/2012 at 10:34

    Je stelt terecht de vraag of virtuele ervaringen de real world experience vervangen. Googles digitale kopie van kunst is een actualisatie van Baudrillards concept ‘het bombardement van tekens’. Door de hoeveelheid en toegankelijkheid van beelden wordt je persoonlijke beeld van iets mede gevormd. Dit zorgt zoals Baudrillard claimt voor hyperrealiteit, je weet door Google hoe de Nachtwacht er tot in detail uit ziet, zelfs als je nog nooit het Rijksmuseum hebt bezocht. Zelf ben ik in tegenstelling tot de theorie van Baudrillard van mening dat we in staat zijn het echte beeld van de kopie te onderscheiden. Online en ‘offline’ lopen door elkaar, de online wereld is niet langer een soort cyberspace; ik ben het met Marjolein eens dat de online wereld een extensie is van de echte wereld.

  7. Cristel on 09/10/2012 at 23:30

    Er wordt gesteld dat het virtuele museum realistischer is dan het echte museum, maar wat is er nou realistischer dan de realiteit?

    De realiteit is een museum met geldende disciplines, zoals niet eten of drinken, niet te dichtbij komen en niet te lang blijven kijken, zodat andere mensen het schilderij ook kunnen bekijken. Door thuis niet rekening te hoeven houden met deze normen en waarden raakt de kijker sociaal geisoleerd, net zoals bij de andere toepassingen van Google (Seaview etc.)

    Hierdoor wordt zowel de kijkervaring, als de kunstwerken uit zijn context gehaald. De context van een schilderij is namelijk het desbtereffende museum, ofwel aura genoemd door Walter Benjamin. Niet alleen de kijkervaring wordt gedecontextualiseert, ook de waarde van het schilderij, immers het is nu gratis zichtbaar, in plaats van een entreeprijs te betalen.

    Hiermee wordt kunst zeker toegankelijk, maar uiteindelijk zal het hen die echt de musea niet kunnen betreden, niet bereiken. Deze mensen zijn namelijk wederom buitengesloten van deze groep, door de digital divide.

    Anderzijds zie ik de voordelen in voor het onderwijs, om de mogelijkheid te hebben educatie aan te bieden over kunst via een computer, want nu kunnen kinderen binnen school via hun pc een interactieve rondleiding volgen.

    Voordeel is dus dankzij Google Museums dat de traditionele museumganger minder last heeft van de ietwat ongemanierde museumgangers, die waarschijnlijk eerder aangetrokken worden tot de mogelijkheid tot participatie en actief kijkgedrag.

  8. Eline on 10/10/2012 at 07:09

    Ik ben het helemaal met bovenstaande comments eens, dat digitale kunst nooit kunst in een museum kan vervangen. Ik ben dan ook benieuwd wie op deze manier naar kunst zal kijken. Zoals Cristel stelt: voor educatieve doeleinden lijkt het me een goed middel!

    Dus om te antwoorden op je hoofdvraag: Ik denk niet dat Google de museum-gang te realistisch maakt en dat er niets boven een écht doek uitgaat.

  9. Gina Chereches on 10/10/2012 at 07:39

    Na het lezen van het artikel heb ik een opmerking wat betreft de theorie van Walter Benjamin, welke ik ook terug zie komen in de comments: Benjamin kwam met twee concepten- ‘aura’ en ‘cultuswaarde’. Hij beschrijft inderdaad de veranderingen die door techniek zijn gebracht en hij spreekt over de teloorgang van de aura, maar hij is niet tegen de reproduceerbaarheid. Integendeel, hij beweert dat juist die cultuswaarde, die ritueel rondom een kunstwerk, het kunstwerk zelf selectief maakte en onder bepaalde normen bracht. Omdat de kunst oorspronkelijk religieus of magisch was, was het ook ‘gesloten’, maar voor een aantal bereikbaar. Benjamin beweert dat door de reproduceerbaarheid, het kunstwerk door die cultuswaarde af is en kan dus beschikbaar worden voor de massa’s: “zo wordt tegenwoordig het kunstwerk door het absolute gewicht dat op zijn tentoonstellingswaarde ligt, een schepping met geheel nieuwe functies, waartussen de ons bewuste, de artistieke, als die afsteekt, die men later misschien als een bijkomstige zal herkennen” (Benjamin 21). Hiermee bedoelt hij dat het kunstwerk door reproduceerbaarheid nieuwe functies krijgt en op een andere manier wordt bekeken.

    Dus zijn theorie kan ook als ondersteunend voor het artikel gezien worden: door de digitalisering van de kunstwerken kan iedereen nu minstens 30.000 kunstwerken zien, die hij anders nooit in zijn leven zou kunnen bezoeken; ook kunnen we de kunstwerken op een manier bekijken/analyseren, die daarvoor niet mogelijk was. Tegenwoordig kunnen we zeggen dat het museum ‘de cultuswaarde’/'ritueel waarde’ heeft. Bijna geen kunstwerk is meer te vinden op haar originele plek, dus het museum is het ‘ritueel’ geworden, waarin we gewend zijn om de kunstwerken te bekijken.

    Vroeger was het de tentoonstelling/het museum dat het aura en de cultuswaarde van een kustwerk afnam, omdat de ‘tentoostellingwaarde’ van groter belang was geworden, wat betekend dat het tonen van het kunstwerk belangrijker is geworden dan het op afgezonderde, ‘authentieke’ plekken houden. Nu zien we dat de digitalisering de ‘ritueel waarde’ van het museum afneemt. Maar dit is helemaal niet slecht: precies hoe in 1936 – toen Benajamin het artikel schreef – de technische reproduceerbaarheid voor drastische veranderingen heeft gezorgd, zo gebeurt het nu met de digitalisering van de kunstwerken.

    Over de stelling, denk ik dat het museum absoluut niets te vrezen heeft. Zolang we weten dat het ‘aura’ van een kunstwerk in een museum te vinden is – omdat daar het kunstwerk in zijn origineel is – zullen we naar het museum gaan. Dit verandert niet doordat hetzelfde via een ander medium beschikbaar is, maar hoe we naar het kunstwerk kijken, verandert wel, en kan tenminste zorgen dat kunst niet meer gelijk wordt gesteld aan exclusiviteit. Dezelfde problemen werden ook gesteld over bioscoop versus vcr, live muziek verus casette recorder, etc.

Leave a Reply

Recente reacties

Recente nieuwsberichten

Tags