Silicon Valley vs. publiek domein: de strijd is begonnen

Reactie op “Silicon Valley neemt het over van onderwijs en wetenschap”, NRC Weekend 15 september 2012, door José van Dijck, hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam.

Sociale media en internetbedrijven tasten het publieke domein aan, doordat commerciële en technologische principes een steeds grotere rol gaan spelen. Deze stelling wordt ingenomen door José van Dijck, die hiermee bijdraagt aan het debat over de rol van sociale media en internetbedrijven in het onderwijs en de wetenschap.

Colleges hoeven niet leuk gevonden te worden, docenten moeten niet strijden om de beste beoordeling en de rol van de universiteit is niet het tevreden houden van studenten, maar onderwijs geven. Populariteit, een belangrijk principe van sociale media dat met een muisklik op de Facebook Like Button gemeten wordt, dringt door tot het publieke domein, zo stelt van Dijck. Sociale media vragen om een “snelle intuïtie” of beoordeling, die niet relevant is in het hoger onderwijs. Ook in het wetenschappelijk onderzoek wordt het populariteitsprincipe steeds groter. Academici promoten hun eigen artikelen tegenwoordig door middel van sociale media en het bronnenonderzoek van studenten is gebaseerd op Google Scholar‘s Pagerank.

Naast het populariteitsprincipe is er het voorspelbaarheidsprincipe, dat wordt gevoed door de massa’s aan data die internetbedrijven van gebruikers binnen krijgen. De data geven precies weer wie de gebruikers zijn en wat ze willen. Omgezet in algoritmen kunnen hele handige marktstrategieën ontwikkeld worden, die precies zijn aangepast op de (toekomstige) behoeften van de gebruiker. Data mining, predictive analytics en real time analytics zijn drie termen die de bloeiende informatie-industrie omschrijven. Een probleem voor de wetenschap, want een groot deel van dit data-onderzoek is van het publieke domein verschoven naar het commerciële domein. De vraag is of wetenschappers in de toekomst nog toegang zullen hebben tot al deze data.

Van Dijck stelt dat publieke taken van het onderwijs en de wetenschap steeds verder overgenomen zullen worden door informatiebedrijven. Deze taken worden vervolgens georganiseerd volgens de principes van de commerciële tak, waar alles gratis is, maar niets voor niets. Dat gebruikers hun data afstaan in ruil voor gratis diensten is al langer bekend, maar volgens van Dijck is er nog iets waarmee gebruikers betalen, namelijk publieke ruimte. Zo doet Google veel moeite om boeken en academische artikelen te digitaliseren en het hoger onderwijs doet hier goed aan mee. Toch is van Dijck kritisch:

Deze belangstelling van Silicon Valley voor erfgoed, onderwijs, wetenschap en ons sociale verkeer moeten we nadrukkelijk zien in het licht van de afnemende steun voor de publieke sector.

Hoewel van Dijck toegeeft dat het een lastig dilemma is, omdat gratis services leuk en handig zijn, pleit zij voor een kritische benadering op de diensten en bedrijven uit Silicon Valley. De waarden van de publieke sector worden namelijk in het hart geraakt door de commerciële en technische modellen die schuilgaan achter de handige services van de internetbedrijven.

Van Dijck is niet de eerste die een kritische blik werpt op de commercialisering van het web en de gevolgen die dit met zich meebrengt. De digitalisering van boeken en academisch werk door Google wordt in 2011 ook door Bernhard Rieder belicht. Hij beargumenteert dat de manier waarop informatie toegankelijk wordt gemaakt door systemen zoals Google Books vragen oproept over de organisatie van kennis in de Westerse samenleving¹. Hij stelt dat in elk informatiesysteem, dus ook in het traditionele, sprake is van inclusie en exclusie van informatie en dat elk systeem volgens een eigen logica werkt. Dat Google Scholar bepaalde informatie boven andere classificeert is dus niet uniek. In de bibliotheek worden namelijk ook niet alle boeken neergezet en op de universiteit wordt grotendeels door docenten bepaald welke (basis)stof gelezen wordt. Wel nieuw is de commerciële logica die door systemen als Google Books en Google Scholar wordt toegevoegd. Informatie wordt niet langer geclassificeerd door een groep deskundigen, maar door de keuzes en behoeften van Internetgebruikers. Dit laatste is in overeenstemming met van Dijck’s standpunt over het populariteitsprincipe dat is doorgedrongen tot academisch onderzoek. Zij doet hier in 2010 ook een uitspraak over en stelt dat Google Scholar in tegenstelling tot universiteiten niet berust op een kwalitatief systeem, maar op een kwantitatief systeem van recommandatie, namelijk Pagerank (van Dijck 577).

Ook de vraag naar de toegankelijkheid van content op het Web is er een die vaak behandeld is. Zo waarschuwde Lawrence Lessig in 2002 al voor de “beheersbaarheid” van het Internet en stelde dat elke “open” of vrije laag van het Web geleidelijk aan gesloten wordt (189). Lessig heeft het net als van Dijck over het publieke domein, dat volgens hem in het middelpunt staat in “controlled vs. free” debat (178). Door van Dijck wordt de overname van publieke taken op het Internet door grote informatiebedrijven als een gevaar gezien voor de publieke sector. Het kan namelijk maar zo zijn dat Google op een gegeven ogenblik besluit haar deuren te sluiten en de gratis verschaffing van informatie om te zetten in een lucratieve handel.

In sommige opzichten is het makkelijk om de internetbedrijven even te ontwijken. Studenten kunnen hun bronnen in de universiteitsbibliotheek zoeken of docenten om aanbevolen literatuur vragen. Van Dijck roept op tot een kritische houding tegenover de services van Silicon Valley en dat is niet geheel onterecht. Maar als het gaat om de commercialisering van het publieke domein en de vraag of gedigitaliseerde content toegankelijk blijft, wordt het een stuk lastiger. Dan is het namelijk maar de vraag of een kritische houding gaat helpen om de invloeden van Silicon Valley op het publieke domein tegen te gaan.

¹ Uit gastcollege van Bernhard Rieder in Den Haag, zie bronnen.

 

Bronnen

Dijck van, J. 2010. Search engines and the production of academic knowledge. International Journal of Cultural Studies, 13, 574-592.

Lessig, Lawrence. 2002. The Architecture of Innovation. Duke Law Journal. 51, 1783-1801.

Rieder, Bernhard. 2011. 81,498 words: the book as data object. “The Unbound Book” Conference, Den Haag, Nederland

 

Dit artikel is geschreven door op 27/09/2012 en is terug te vinden onder Metareports, NRC Handelsblad, Uncategorized, WG01. Het artikel is getagged met , , , , , , , .
Blijf op de hoogte van reacties middels RSS 2.0 feed. Je kunt een reactie achter laten, of een trackback vanaf je eigen site maken.

4 Responses to “Silicon Valley vs. publiek domein: de strijd is begonnen”

  1. OdielvandeNobelen on 01/10/2012 at 20:43

    Eigenlijk was ik mij er helemaal niet van bewust dat GoogleScholar artikelen worden aangeboden op basis van de PageRank. Interessant dus om te lezen. Best verontrustend ook dat wetenschappelijke artikelen dus worden aangeboden op basis van populariteit.
    Anderzijds betekent de commercialisering van het web die je beschrijft wel dat wetenschappelijke teksten veel breder beschikbaar zijn, dus ook mensen die geen toegang hebben tot bijvoorbeeld de (online) UBA, hebben nu beschikking over wetenschappelijke informatie. Dat vind ik de positieve kant van de commercialisering. Desondanks moeten we inderdaad kritisch blijven, want het gevaar dat zit in de overname van publieke taken door internet bedrijven, waar van Dijck op wijst, is natuurlijk aanwezig. Maar denk je niet dat op het moment dat Google de gratis verschaffing van informatie stop zet, gebruikers massaal zullen weglopen?

  2. FloorK on 02/10/2012 at 09:19

    Zo lang er andere ‘gratis’ bronnen beschikbaar blijven heeft het voor Google geen zin om mensen te laten betalen, want dan zou het meer dan logisch zijn dat gebruikers weglopen. Maar het probleem is ook dat bedrijven zoals Google taken van de publieke sector overnemen, wat betekent dat bepaalde data straks alleen via deze bedrijven gevonden kan worden. En als die data dan voor wat dan ook nodig is, tsja…

    Een grotere toegankelijkheid van academische bronnen vind ik ook een groot pluspunt. Daarnaast is die ‘traditionele’ manier van recommandatie helemaal niet verdwenen, want studenten krijgen hun literatuur nog steeds voorgeschoteld.

  3. WannesSanderse on 02/10/2012 at 22:05

    Naast het feit dat studenten de vaste literatuur voorgeschoteld krijgen is er al een populariteitsmiddel in werking binnen de universiteiten zelf. Het belang van een artikel wordt namelijk geschat op de hoeveelheid referenties die het artikel maakt en de hoeveelheid referenties die naar het artikel leiden. Op dit principe hebben de makers van google hun pagerank algoritme gebasseerd, alleen zijn de analoge referenties vervangen door digitale hyperlinks. Dit is een belangrijk punt dat José van Dijck niet noemt. Dit valt natuurlijk te problematiseren door te zeggen dat de kwaliteit van een referentie in een wetenschappelijk artikel hoger is dan die van een hyperlink. Maar is het niet zo dat net als met google auteurs graag naar elkaar verwijzen, kijk maar naar de blogosfeer. Misschien is het handig om een lineage te maken van het referentie systeem en het pagerank algoritme, wat is behouden en wat is verandert? Misschien doe ik dit zelf wel :)

  4. FloorK on 02/10/2012 at 22:49

    Bedankt voor je reactie Wannes! Van Dijck noemt promotie van eigen materiaal via social media een variant op de citatie-index. Ook stelt zij dat op Google Scholar de bronnen niet volgens wetenschappelijke normen van de publieke sector worden geselecteerd, namelijk op kwaliteit en relevantie (citatie-index), maar op populariteit dus. Wat ik me hierbij afvraag is inderdaad wat jij noemt: is de kwaliteit van een referentie beter dan die van een link? Gebruikers van Google Scholar zijn (aankomende) academici dus je zou verwachten dat zij kritisch blijven en een onderscheid kunnen maken tussen relevante en niet-relevante bronnen.
    Goed idee van je, het pagerank algoritme is erg bepalend dus dat zou een interessant overzicht kunnen opleveren!

Leave a Reply

Recente reacties

Recente nieuwsberichten

Tags